Intolerantie en Allergie

Intolerantie en allergie Copy right Saskia van As

Allergieën kunnen zich op allerlei manieren uiten:
1. Huidaandoeningen
2. Allergische rhinitis: verstopping neus en oren, geprikkelde keel, tranende ogen, hoesten en hoofdpijn. Dit kan door inhalatie of voedsel ontstaan.
3. Astma: moeilijkheden met ademhalen, hoesten. Dit kan door inhalatie of voeding ontstaan.
4. Diarree en darmklachten
5. Vermoeidheid

De meest voorkomende soorten allergie zijn:
1. Inhalatieallergie. De luchtwegen reageren op stoffen in de lucht (parfum, verf, sigarettenrook), maar ook op koude lucht. Ook huisdierallergie: niezen, een loopneus, prikkelende ogen of keel, een verstoorde nachtrust en vermoeidheid.
Hooikoorts is een seizoensgebonden allergische rhinitis.
Huisstofmijt is aanwezig in tapijten, beddengoed, meubelbekleding en gordijnen. Veelvuldig niezen, benauwdheid, een loopneus of verstopte neus, rode of tranende ogen. Het huismijt allergeen zweeft als kleine stofdeeltjes door de lucht.
2. Voedselallergie. Een allergische reactie op voedsel, bijvoorbeeld koemelk, kippenei, vis, schaal- en schelpdieren, noten, pinda's, soja, appel en sesamzaad. Ook kan men allergisch reageren op kleurstoffen en toevoegingen in voedsel.
3. Contactallergie. Metaalallergie zoals een nikkelallergie, conserveermiddelen, geurstoffen, planten, haarverf, lijm of geneesmiddelen en zalven.

Atopie
Met atopie wordt de groep ziekten eczeem, darmklachten en astma bedoeld. Atopie wordt gedefinieerd als een persoonlijke of familiale aanleg om IgE-antistoffen tegen voeding, pollen, huisstofmijt, etc. te vormen. Dit is een allergische Th2-type immuunrespons.
Atopische patiënten met darmklachten hebben vaak last van tarwe. Bij veel mensen met atopie test de huid tarwe-positief. Tarwe is een van de belangrijkste voedselallergenen; patiënten met een type I overgevoeligheid voor tarwe werden onderzocht op IgE-serum en met huidprikjes. De huidtest was in 94.5% van de gevallen positief voor tarwe, 44.4% voor gerst en 44 - 77% voor rogge. Er is dus een kruisreactie tussen tarwe, gerst en rogge. Op rijst en maïs reageren patiënten niet.

Hooikoorts

Hooikoorts is een allergische reactie van de slijmvliezen van neus en ogen op stuifmeel (pollen) van grassen, bomen of struiken.
Allergieën voor boompollen treden vroeg in het jaar op. Vaak is de oorzaak berkenbomen, wilgen of de hazelaar. Allergie voor bloeiende grassen ligt rond juni. Onkruidallergie voor bijvoet en weegbree komen relatief vaak voor.
Mensen met hooikoorts kunnen allergisch zijn voor bepaalde voeding door een kruisreactie.
Een allergie voor berken kan intolerantie voor voeding veroorzaken: hazelnoot, appel, perzik, peer, pruim, kers.
Een reactie op graspollen kan een allergie voor granen en tomaat tot gevolg hebben.
Het orale allergiesyndroom is een unieke allergische reactie op voedsel, die door kruisreactiviteit tussen eiwitten in vers fruit of groente en pollen wordt veroorzaakt; dit komt voor bij maximaal 70% van de patiënten met allergische rhinitis op basis van een pollenallergie. Symptomen omvatten meestal jeuk en irritatie van de lippen, mond en keel, tranende,  jeukende ogen, een loopneus en niezen. Er kan ook misselijkheid, diarree of astma optreden.

Voedselallergie
Het aantal allergische aandoeningen is sterk toegenomen in de geïndustrialiseerde wereld. De meest recente studies tonen aan dat in de westerse wereld 4% van alle volwassenen en 8% van alle kinderen jonger dan drie jaar aan een voedselallergie lijdt.
Voor 4 voedselgroepen is 2.5% van de mensen allergisch: pinda, 1.3%; melk, 0.4%; ei, 0.2%.
Op basis van het aantal gebruikers van antihistaminica in 2008 wordt geschat dat ten minste 1,2 miljoen mensen kampen met allergische klachten.

Allergische rhinitis
Allergische rhinitis komt veel voor in Nederland. Uit een bevolkingsonderzoek uit 1996 bleek dat chronische neusklachten (loopneus, niezen, neusverstopping) bij 29,5% van de deelnemers (20-70 jaar) voorkwam. Hiervan had 12,7% last van binnenhuisallergenen (zoals huisstofmijten), 6,6% van buitenhuisallergenen (zoals stuifmeel) en 10,2% van zowel binnen- als buitenhuisallergenen.

Een bevolkingsonderzoek uit 2002
rapporteerde dat 33% van de deelnemers (20-45 jaar) een neusallergie had.

Astma komt het meest voor onder vijf- tot negenjarigen
In 2003 hadden 519.800 mensen astma: 236.800 mannen en 283.000 vrouwen (29,5 per 1.000 mannen en 34,5 per 1.000 vrouwen). Deze schatting is gebaseerd op huisartsenregistraties. Uit deze huisartsenregistraties blijkt verder dat het voorkomen van

astma het hoogst is in de leeftijdsgroep van vijf tot negen jaar (61 per 1.000 jongens en 40 per 1.000 meisjes).

Eczeem

In 2003 hadden 260.000 mensen constitutioneel eczeem: 122.000 mannen en 138.000 vrouwen (15,2 per 1.000 mannen en 16,8 per 1.000 vrouwen). Deze schatting is gebaseerd op huisartsenregistraties.

Obstipatie bij kinderen
In een Italiaans onderzoek bij kinderen met obstipatieklachten, bleken de klachten te verdwijnen nadat een koemelkvrij dieet werd ingezet. Na een koemelkprovocatie kregen alle kinderen binnen 3 dagen weer obstipatie.
Veel kinderen die geen melk kunnen verdragen hebben ook een allergie voor soja.
Bij kinderen met chronische obstipatie en/of anale fissuren verdwenen de klachten wanneer sojamelk werd geëlimineerd. Het UMC publiceerde deze conclusies in het NTvG.

Darmklachten
Darmklachten kunnen worden veroorzaakt door tal van voedselallergieën. Daar diagnostiek niet eenvoudig is en testen lang niet alle voedselallergieën boven water halen, kan een rotatie-eliminatie dieet grote diensten bewijzen.
In de eerste plaats elimineert men voedsel dat bij veel mensen klachten of allergieën veroorzaakt: zuivel, suiker, brood en tarweproducten, citrusvruchten, tomaat, pinda, chocola, varkens- en rundvlees.
Wanneer door middel van een allergietest een allergie wordt aangetoond, is het van belang te weten dat verwante stoffen een allergische reactie (kruisreactie) kunnen geven waardoor ook deze moeten worden vermeden. Zo kunnen kinderen met een koemelkallergie vaak ook geen soja verdragen. Een soja-allergie kan een kruisreactie geven met pinda´s, waardoor deze niet kunnen worden gegeten.

sIgA
De ontwikkeling van een allergie gaat gepaard met lage niveaus van sIgA in het slijmvlies van mond en darm.
Hoge spiegels van sIgA lijken overgevoelige kinderen te beschermen tegen de ontwikkeling van allergische symptomen tijdens de eerste 2 jaar van het leven.

Immuuncellen in de darm
Het immuunsysteem en de commensale bacteriën in de darm leveren samen een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van allergieën.
Bepaalde immuuncellen, mestcellen, bevatten blaasjes, granules, gevuld met stoffen zoals histamine en serotonine. De normale slijmvliezen van de darm bestaan voor 2-3% uit mestcellen.

Mestcellen oefenen invloed uit op de doorbloeding, bloedstolling, gladde spiercontractie en peristaltiek en secretie van zuur, elektrolyten en slijm.
Een van de meest intrigerende functies van intestinale mestcellen is hun rol in de afweer tegen microben zoals bacteriën, virussen of parasieten. Mestcellen herkennen microben, geven pro-inflammatoire stoffen af, verbeteren de slijmproductie, de peristaltiek en bevatten een alarmprogramma voor het zenuwstelsel. Mestcellen zijn betrokken bij het regelen van de functie van de intestinale barrière. Gebruik van levende E.coli als supplement (Symbioflor II) remt de werking van mestcellen.
Deze cellen spelen ook een cruciale rol in het ontstaan van allergische aandoeningen, met name een voedselallergie. Bij allergieën wordt histamine uitgescheiden.

Histamine
Histamine wordt geproduceerd door mestcellen. Mestcelactivatie door voedsel kan leiden tot het legen van de granules en een toename van histamine waardoor een allergische reactie, zoals jeuk en zwelling, ontstaat. Een allergische reactie hangt samen met een verhoogde afgifte van histamine.
Bij histaminose is er sprake van chronisch verhoogde histaminespiegels in het bloed. De oorzaak is een gebrek aan het enzym Diamino-oxidase (DAO), dat verantwoordelijk is voor de afbraak van histamine. Bij histamineovergevoeligheid treden reacties op na het eten van voedingsmiddelen die histamine bevatten of die histamine vrijmaken.

Text Box: 1. Mestcellen zijn rijkelijk gevuld met basofiele granula en komen vooral voor in de huid, het darmkanaal en de luchtwegen. Mestcellen spelen een belangrijke rol bij ontstekings- en overgevoeligheidsreacties.   2. Antigenen zijn lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën of moleculen  Iedere dag staan we bloot aan schadelijke micro-organismen en tal van stoffen.   3. Immunoglobulines (afgekort Ig), ) zijn ook antistoffen of antilichamen.  4. Histamine is een biochemische stof (biogeen amine) die betrokken is bij verscheidene fysiologische processen. De stof speelt een rol in het maag-darmkanaal, fungeert als neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel en heeft een functie in het afweersysteem. De chemische naam van histamine is 4-(2'-aminoethyl)-imidazol en de chemische formule is C5H9N3.
Allergische enterocolitis bij kleine kinderen
Deze darmontsteking gaat gepaard met braken en diarree en kan leiden tot dehydratie en zelfs shock. Het onderliggende mechanisme is een immuunreactie van T-cellen waarbij pro-ontstekingsstoffen, zoals Tumor Necrose Factor alfa, TNF-alfa, vrijkomen en de doorlaatbaarheid van de darm beïnvloeden.
De allergische proctocolitis werd het eerst beschreven door Rubin in 1940 en wordt gekenmerkt door ontstekingsveranderingen van de dikke darm en het rectum, veroorzaakt door de inname van vreemde eiwitten. Het klinische beeld ontwikkelt zich in de eerste weken of maanden van het leven van zuigelingen tussen de 2 dagen en 3 maanden.
De symptomen zijn diarree met slijm; ook kan er bloedverlies optreden - van kleine vlekken van bloed vermengd met de ontlasting tot overvloedig bloeden uit het rectum.
De voedingsmiddelen die in verband gebracht worden met allergische colitis, zijn soja, ei, tarwe en melk. Koemelk is zeer vaak de oorzaak. Ongeveer 60% van de kinderen met een proctocolitis kreeg borstvoeding. De allergenen worden uitgescheiden in de moedermelk.

Allergie en vaccinatie
Waarom wordt iemand allergisch? Allergie duidt op een falen van het immuunsysteem, met name een gebrekkige balans tussen T- helper lymfocyten, waarvan twee soorten
bestaan: de T- helper-1 en de T- helper-2 lymfocyten.
Kinderen ontwikkelen na de geboorte T-helper-1 cellen onder invloed van infecties. Het is voor het immuunsysteem essentieel een periode van koorts door te maken. Een goede ontwikkeling van Th1 houdt Th2 in balans.
Kinderen worden echter de afgelopen 30 jaar veel minder blootgesteld aan bacteriën in hun eerste levensperiode door een toegenomen hygiëne en vaccinaties zij maken hierdoor minder infecties door. Om deze reden ziet men een zwakke ontwikkeling van Th1.
Ook worden kinderen al snel behandeld met antibiotica waardoor de rijping van de immuunrespons wordt verstoord.
Hierdoor ontstaat een toename van Th2-activiteit. Door gebrek aan contact met bacteriën wordt de T-helper-2 niet afgeremd en worden er meer IgE-antistoffen gevormd en
ontstaan allergieën.

Typen allergie
Type I    Overgevoeligheid van het onmiddellijke type, die als regel wordt veroorzaakt
door IgE-antistoffen: bijvoorbeeld hooikoorts.
Type II  Komt zelden voor, mogelijk berusten sommige allergieën voor geneesmiddelen op
dit reactiemechanisme.
Type III Overgevoeligheid ten gevolge van IgG-antistoffen. Deze overgevoeligheid speelt een
rol bij allergische alveolitis, bijvoorbeeld boerenlong, duivenmelkersziekte.
Type IV Overgevoeligheid van het 'vertraagde type'. Onafhankelijk van antistoffen. S speelt een rol bij contactallergie, bijvoorbeeld nikkelallergie.

IgE
Bij atopie (Grieks ατοπία - op de verkeerde plaats) worden IgE-antistoffen, specifiek gericht op stoffen die in de omgeving, aangemaakt. Bekende stoffen zijn huisstofmijt of pollen van gras of bomen. In het bloed is de totale hoeveelheid IgE verhoogd, evenals het aantal eosinofiele granulocyten.

IgE-gemedieerde allergie kan aanleiding geven tot:


astma

allergische rhinitis/conjunctivitis

hooikoorts

voedingsmiddelenallergie

allergische reacties op insectensteken

allergische reacties op geneesmiddelen

allergische reacties op 'beroepsallergenen'

Kruisreacties
Kruisreacties treden op wanneer men allergisch is voor een voedingsmiddel met andere voedingsmiddelen of planten. Als je allergisch bent voor een bepaald product, is er een verhoogde kans dat je ook allergisch bent voor andere producten uit dezelfde 'familie'.
Een kruisreactiviteit tussen tabak en Solanaceae familie (tomaat, aardappel en aubergine) wordt gemeld. Astmatische patiënten die een IgE -reactie hebben op tabak kunnen gevoelig zijn voor Loliumperenne, Engels raaigras pollen; 30% van de patiënten die op tabak reageren, zijn ook gevoelig voor latex.

Niet-IgE-gemedieerde reacties
In de afgelopen jaren heeft het onderzoek van niet-IgE-gemedieerde voedselallergie plaatsgevonden. Deze aandoeningen zijn bijna altijd van voorbijgaande aard, komen vooral voor bij zuigelingen en uiten zich in gastrointestinale symptomen.
Sommige studies rapporteren dat tot 60% van alle gevallen van koemelkeiwitallergie ontstaat door niet-IgE-gemedieerd mechanisme.

Latex
Een latexallergie komt vaker voor dan men denkt. Latex of rubber vindt men in tal van medische hulpstukken zoals katheters en ook in ballonnen en condooms. Wanneer men merkt niet goed tegen latex producten te kunnen is het verstandig een allergietest te laten uitvoeren.
Een latexallergie ontwikkelt zich meestal als inhalatieallergie. De latex handschoenen bevatten een poeder dat vrijkomt wanneer men de handschoenen aantrekt. Na verloop van tijd nemen de klachten toe en ontstaan er voedselallergieën.
Personen met een latexallergie kunnen geen pinda, boekweit, zaden, pitten, mosterd, tomaat, kastanje en amandel eten. Van het fruit moet verse kiwi, banaan, papaja, avocado, aardbei, abrikoos, ananas, appel, kers, meloen, passievrucht, perzik, pruim en vijg worden geweerd. Deze fruitsoorten zijn vers niet toegestaan, maar wel als sap of jam verwerkt. Want als fruit gekookt wordt, wordt het allergeen geïnactiveerd (kapot gemaakt) en kan het geen klachten meer veroorzaken. Men moet met kant-en-klare voeding erg voorzichtig zijn, want kruidenmixen, soepen, snoep en sauzen bevatten sesam, pinda´s of arachideolie.

Kleurstoffen
Gele kleurstof tartrazine kan astma, allergische rhinitis en urticaria uitlokken bij atopische patiënten.

Kleding
Chemische stoffen in kleding zijn een belangrijke veroorzaker van huidallergie. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM in opdracht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Nederland kent relatief veel mensen met een huidallergie.
De grootste veroorzakers van huidallergieën zijn nikkel en geurstoffen. Nikkel en kobalt in stoffen die gebruikt worden voor kleding in de vorm van bijvoorbeeld ritsen en drukknopen. Er is wolallergie. Elastiek en elastase, maar ook geurstoffen die voorkomen in textiel - zoals isothiazolinonen die in lederen kleding kunnen zitten - of kleurstoffen in textiel, zoals onder meer p-phenylene diamine. Tot slot kan ook formaldehyde in 'wash- and wear'-textiel schadelijk zijn.
Wat steeds vaker voorkomt is dat mensen allergisch reageren op stoffen die zitten in bepaalde wasmiddelen.

Hout, ook rook die vrijkomt bij het branden van hout
Contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan uiteindelijk overgaan in huideczeem dat nooit meer over gaat. Eczeem op de handrug of aan hals en hoofd. Het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid.
Houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis en luchtwegaandoeningen.

Nikkel
Nikkel is een metaal dat voorkomt in veel gebruiksvoorwerpen van roestvrij staal, maar ook in ritssluitingen, gespen, munten, enzovoort. Sommige mensen hebben een contactallergie voor nikkel waarbij na huidcontact met een nikkelbevattend voorwerp of materiaal eczeem ontstaat.
Geschat wordt dat meer dan 10% van de vrouwen een contactallergie heeft voor nikkel, terwijl slechts 1% van de mannen daar last van heeft. Een belangrijke oorzaak van nikkelallergie is het dragen van sierraden waarin nikkel voorkomt. Nikkel zit daarnaast in de metalen gespen van riemen, ritssluitingen, naai- en schrijfgerei, winkelwagentjes, geld, portemonnees en polshorloges.
Een minderheid van de mensen met een contactallergie voor nikkel reageert ook op nikkel dat van nature voorkomt in voedingsmiddelen. Alleen deze mensen hebben baat bij een nikkelbeperkt dieet. Producten met een hoog nikkelgehalte zijn cacao en chocolade, noten, peulvruchten, boekweit, sojaproducten, pinda's, drop en volkoren producten.

Palladium
Palladium wordt gebruikt in vullingen en kronen in de tandheelkunde. Overgevoeligheid voor palladium komt niet vaak voor. In 90-100% is er een nikkelallergie aanwezig.

Chromaat
Een chromaatallergie komt mogelijk bij 6% van de mensen voor. Het is in zeer veel voedsel aanwezig.
Men is niet allergisch voor chroom, maar voor chromaat, een zoutverbinding van het metaal chroom. Wanneer chromaat door bijvoorbeeld zweten vrijkomt, kan het problemen geven bij mensen die er allergisch voor zijn.
Een belangrijke bron van chromaat contactallergie is cement. Alleen in natte toestand zal cement eczeem veroorzaken bij hiervoor gevoelige mensen.
Leren producten zijn meestal met chromaat gelooid en bij contactallergie voor chromaat kan een reactie ontstaan bij het dragen van leren kleding of schoenen. Een leren bank kan eczeem op de achterzijde van de bovenbenen veroorzaken.
Bepaalde voedingsmiddelen bevatten chroom: vlees, hele granen, zemelen, peulvruchten, groene bonen, noten, biergist, ruwe suiker, broccoli, druivensap, sinaasappelsap, appel, banaan, aardappel, knoflook, rode wijn, thee en koffie, zwarte peper en andere specerijen.

Formaldehyde
Gebruik: anti-transpiratiemiddel, ontsmettingsmiddel, conserveermiddel (bv. cosmetica, industriële en huishoudelijke producten, tuinbouwproducten), looistof, fixeervloeistof voor histologische preparaten, stabilisator in fotografie, fabricage van: kleurstoffen, paraformaldehyde, plastics, lijmen, textielfinish, papier, gipsverband, geneesmiddelen.

Fragrance-mix
Marker voor parfumallergie: een mengsel van 8 parfum ingrediënten, nl. kaneelalcohol, kaneelaldehyde, hydroxycitronella, amylcinnamaldehyde, geraniol, eugenol, iso-eugenol en oak moss met sorbitansesquioleaat als emulgator.
Groepsverwante stoffen: perubalsem, houtteer, essentiële oliën.

Inspanning
Er zijn mensen die tijdens sport en lichamelijke inspanning jeuk en huiduitslag krijgen, er zijn zelfs personen die flauwvallen of in een anafylactische shock raken. Een stijging van de lichaamstemperatuur veroorzaakt jeuk en soms keelklachten, op warme dagen is er meer kans op een reactie. Mensen kunnen dezelfde reactie krijgen in bubbelbaden, sauna's. Bij deze personen vond men bij allen een toename van een nieuwe gliadine. De respons op deze omega-5 gliadine gamma, zet mastcellen aan tot het vrijgeven van histamine. Bij 91% was een huidtest op rogge en gerst positief, dus een duidelijke kruisreactie met tarwe.

Beroepsziekten
Latexallergie komt het vaakst voor in de verpleging. Het is een medische beroepsziekte.
Bakkersallergie is een beroepsziekte.
In de voedingsindustrie staat men bloot aan allergenen van plantaardige of dierlijke oorsprong tijdens de verwerking van levensmiddelen, waaronder vlees, vis, fruit, groenten, zuivel en graanproducten, alsmede tijdens de productie van diervoeders en andere levensmiddelen. Aandoeningen van de luchtwegen zijn de grootste problemen in de voedselverwerkende industrie. Beryllium wordt gebruikt in de industrie en luchtvaart.
35% van de kappers gaf aan problemen te hebben o.a. spierklachten. Bij de tandarts spelen latex- en palladiumallergie een rol.

Totaal IgE (in IE/ml) <  100      normaal
100 - 500       hoog normaal
500 - 1000     licht verhoogd
1000 - 2000   verhoogd
2000 - 10000 sterk verhoogd
> 10000         zeer sterk verhoogd

  



Testen
IgE. Bij atopie (Grieks ατοπία - op de verkeerde plaats)
worden IgE-antistoffen gemaakt specifiek gericht
op stoffen die in de omgeving voorkomen, zoals
huisstofmijt of pollen van gras of bomen. 

RAST

RAST  specifiek IgE per ml
Negatief minder dan 0,35 IE/ml
+              0,35 - 1  IE/ml
++          1 - 3       IE/ml
+++         3 - 9      IE/ml
++++      9 - 27     IE/ml
+++++     > 27       IE/ml

 Bepaling van allergeen-specifiek IgE
met behulp van de Radio Allergosorbent Test (RAST)
RAST is een bloedtest. Bij een RAST-test wordt de
hoeveelheid IgE-antilichaam gemeten.
Priktest op plaktest kan een allergie aantonen,
maar is lang niet altijd positief.

Bij de RAST wordt het te onderzoeken serum in
het laboratorium geïncubeerd met een allergeen
dat aan een vaste drager is gekoppeld. Indien het
allergeen-specifiek IgE aanwezig is, wordt het aan de
vaste drager gebonden. De IgE-antistof concentraties
kunnen daarna worden gemeten.

glutenintolerantie
Granen bevatten eiwitten waarvoor de mens allergisch kan zijn.
Coeliakie is niet een allergie maar een auto-immuunziekte.
Gluten zijn eiwitten die te vinden zijn in tarwe; stoffen die daaraan zeer verwant zijn, vindt men in rogge en gerst. Er zijn eiwitfracties zoals gliadine en endomysium waartegen antilichamen worden gevormd. Ook kamut en spelt bevatten gliadine en kunnen niet worden gegeten.
Haver dat avenine bevat, een eiwit dat zeer veel op gluten lijkt, richt minder schade aan; gebruik van haver is uitvoerig onderzocht en veilig bevonden.

 

Zie ook artikel glutenintolerantie

 

 

Pagina Top arrow