De anaërobe flora

De anaërobe flora

De darm bevat voornamelijk bacteriën die geen zuurstof kunnen verdragen, anaërobe bacteriën. De microflora van de darm omvat meer dan 500 bacteriefamilies. Een Stanford-groep wetenschappers onderzocht 13.355 DNA-fragmenten van bacteriën aanwezig in de ontlasting en het darmslijmvlies. Het grootste deel kwam overeen met bacteriën die niet te kweken zijn en nog niet eerder aangetoonde micro-organismen. De onderzoekers concludeerden dat mogelijk 80% van de bacteriesoorten nog onbekend is. Dat neemt niet weg dat 95% van de flora uit Bacteroïdes spp, Clostridium coccoides, Clostridium leptum en Eubacterium spp. bestaat.
Daar deze bacteriën geen zuurstof verdragen en daardoor snel afsterven buiten het lichaam, zijn zij niet gemakkelijk te kweken en vaak alleen door middel van DNA-analyses te identificeren.
MGlab&Advies heeft de techniek in huis om de fecale aantallen Bacteroïdes, Clostridia en Bifidobacteriën spp. te bepalen. Bacteroïdes en Clostridia spp. blijken in zeer constante aantallen aanwezig te zijn, terwijl de hoeveelheden Bifidobacterium spp. sterk variëren. Om die reden worden op dit ogenblik alleen de aantallen van Bifidobacterium spp. in de feces bepaald.

Bacteroïdes spp.
Het geslacht Bacteroïdesvormt met een twintigtal soorten de grootse groep, 1.0·109-10 bacteriën per gram ontlasting, en neemt ongeveer 30% van de flora voor zijn rekening. Bacteroïdes fragilis zet vezels om in korte-keten vetzuren en voedt hiermee het slijmvlies van de dikke darm. Niet alle Bacteroïdes spp. hebben gunstige eigenschappen. B.thetaiotaomicron, B.fragilis, B.ovatus, en B.uniformis geven 8 maal zoveel mutagene (kankerverwekkende) stoffen af dan andere bacteriën. Zij worden geassocieerd met een verhoogde kans op colonkanker. Deze bacteriën kunnen galmetabolieten omzetten in kankerverwekkende stoffen – dit speelt vooral een rol bij vleeseters. Een dieet dat rijk is aan cholesterol verhoogt de mutageniteit. Schadelijke bacteroïden zijn af te remmen door een dieet met veel plantvezels. Stengels van groene groenten bevatten cellulose, een stof die het gehalte van de galzouten doet afnemen.

Eubacterium spp.
Bacteriën van het geslacht Eubacteriumworden bij een flora-analyse nooit gemeten, hoewel zij de op één na grootste bacteriegroep omvatten, 20 - 30% van de flora. De celwand van bepaalde varianten eubacteriën kan net als andere floratypes peptidoglycaan A4α bevatten, een stof die artritis kan veroorzaken2.

Clostridium spp.
Clostridium spp. behoort in groten getale aanwezig te zijn, 1.0·108-10 per gram. Sommige onderzoekers plaatsen Clostridium spp. zelfs op de eerste plaats en geven aan dat zij 30% van de flora voor hun rekening nemen. Clostridium difficile is een schadelijke variant die grote schade en zelfs de dood kan veroorzaken door toxines te vormen. MGlab&Advies verzorgt een test op Clostridium difficile toxines. Bij aanwezigheid van deze bacterie wordt gebruik van antibiotica sterk afgeraden.

Bifidobacterium
Text Box:  Het geslacht Bifidobacterium is aanwezig in aantallen van meer dan 1.0·108-9 per gram natte ontlasting en omvat ruim 50 subtypes. Bekende soorten zijn Bifidobacterium adolescents, bifidum, breve, infantis en longum. Gentechnologie kan de bifidobacterie-varianten nauwkeurig in beeld brengen. De bijgaande illustratie geeft hiervan een voorbeeld. Bifidobacteria zijn Gram-positieve, niet-sporenvormende, staafvormige, zuurvormende bacteriën, die glucose tot melkzuur en azijnzuur omvormen en daarmee energie produceren en de zuurgraad verlagen.
De samenstelling van de Bifidobacterium-soorten is uniek en varieert per individu
De hoeveelheid antilichamen tegen bifidobacteriën is lager dan die van lactobacillen, dit duidt er op dat zij van nature thuishoren in de darm en tot de werkelijk autochtone bacteriegroep behoren. Zij hebben daarom minder stimulerend effect op het immuunsysteem dan andere bacteriesoorten. Toch hebben bifidobacteriën een beschermend effect; zij verdringen schadelijke bacteriën zoals Yersinia enterocolitica en schadelijke E.coli soorten.

Biodiversiteit
Bij pasgeboren baby’s vond men dat 76.7% van de 325 geïsoleerde bacteriën bekend was en 105 soorten (32.3%) onbekend. Op de eerste dag van het leven buiten de baarmoeder waren Enterobacter spp., Lactococcus lactis, Leuconostoc citreum en Streptococcus mitis aanwezig. Op de derde dag ook Escherichia coli, Streptococcus en na 6 dagen Clostridium-soorten 1.
McCartney3, die wekelijks de flora van proefpersonen analyseerde over een periode van een jaar, bemerkte een enorme individuele variatie van de groep bifidobacteriën. Sommige mensen bleken slechts 4 verschillende typen bifidobacteriën in de darm te hebben. Als permanente zijn zij voor het grootse deel (40 tot 100%) vertegenwoordigd door B.longum en B.angulatum en een variërende hoeveelheid B.adolescentis en B.breve. Andere personen bleken een zeer complexe samenstelling te hebben. Bij hen was B.adolescentis in kleine hoeveelheden vrij constant aanwezig, terwijl meer dan 20 andere soorten elkaar wekelijks afwisselden. Bij personen die bijvoorbeeld van nature lage Bifidobacterium adolescentis in de darm hebben, zal het totale aantal bifidobacteriën lager liggen dan gemiddeld. Lage waarden duiden dus niet altijd op een tekort van bacteriën, maar op een individuele variatie.
Bij ouderen ziet men dat een toename van B.longum en B.angulatum een negatieve invloed kan hebben1. 
De biodiversiteit bij gezonde personen2 is veel groter dan bij diegenen die darmklachten hebben, en ziekten zoals colitis ulcerosa.

Daling van de anaërobe flora
De anaërobe groep heeft grote betekenis voor de weerstand van de darm. Bij pathologie van de darm zal men een bacteriële verschuiving waarnemen en overgroei met schadelijke bacteriën. Bij een daling van de zuurvormende bacteriën zoals bifidobacteriën kan de pH stijgen.
Bij een daling van de flora kan men een aantal punten overwegen:

  1. De aantallen bacteriën variëren per individu, sommigen hebben van nature lagere waarden, dit duidt niet op pathologie. Indien er geen darmklachten zijn en de pH normaal is, is het niet noodzakelijk probiotica te gebruiken.
  1. Probiotica en yoghurt bevatten bifidobacteriën. Van de anaërobe bacteriegroepen komen alleen Bifidobacterium-soorten voor in probiotica. Onderzoek toont aan dat gebruik van bifidobacteriën slechts tijdelijk een toename teweegbrengt in de darm. Een test waarbij de proefpersonen ¾ liter yoghurt per dag (rijk aan bifidobacteriën) gebruikten, toonde een stijging van de bacteriën, maar zodra het yoghurtgebruik werd gestopt, daalden de aantallen weer. Toch kan men probiotica inzetten daar toediening infecties van de darm afremt. Inname van bifidobacteriën heeft meer effect wanneer het wordt gecombineerd met lactobacillen.
  1. De kwaliteit van het slijm kan men bevorderen door middel van voeding.
  2. De hechting van de gezonde flora kan men bevorderen door toediening van essentiële suikers.
  3. Ontstekingen zijn te beïnvloeden door een Cox-2 remmend dieet te gebruiken.
  4. Men kan producten voorschrijven die schadelijke bacteriën afremmen, hierdoor herstelt het evenwicht zich.
  5. Men kan extra voedingsvezels aan het dieet toevoegen, met name plantvezels, door meer groenten te consumeren, deze zijn geschikter voor het milieu dan schilletjes van zaden of granen. . Zie ook het artikel over genezende vezels en essentiële suikers.
  6. Het prebioticum inuline (fructo-oligosaccharide, FOS) wordt regelmatig voorgeschreven aan mensen met darmklachten - aardperen zijn rijk aan inuline. Een prebioticum is een stof die de microflora van de darm doet groeien en met name de groei van Bifidobacterium spp. bevordert. Suppletie bij baby’s die flessenmelk krijgen, verbetert de samenstelling van bifidobacteriën en vermindert de kans op het ontstaan van allergieën. Inuline (FOS) veroorzaakt echter vaak sterke winderigheid of een opgezette buik.

Belangrijk is dat studies aantonen dat gebruik van prebiotica de weerstand van de slijmbarrière doet afnemen. Toediening veroorzaakte een toename van Salmonella-groei5 en bevorderde bacteriële translocatie (het binnendringen van bacteriën in de darmwand). Gebruik van prebiotica wordt voor de zekerheid in alle gevallen van darminfecties afgeraden.

Referenties
1. Park HK, Shim SS, Kim SY, Park JH, Park SE, Kim HJ, Kang BC, Kim CM. Molecular analysis of colonized bacteria in a human newborn infant gut.J Microbiol. 2005 Aug;43(4):345-53.
2. Eckburg PB, Bik EM, Bernstein CN, Purdom E, Dethlefsen L, Sargent M, Gill SR, Nelson KE, Relman DADiversity of the human intestinal microbial flora. Science. 2005 Jun 10;308(5728):1635-8. Epub 2005 Apr
3.
McCartney AL, Wenzhi W, Tannock GW. Molecular analysis of the composition of the bifidobacterial and lactobacillus microflora of humans.Appl Environ Microbiol. 1996 Dec;62(12):4608-13.
4. Bergonzelli GE, Blum S, Brussow H, Corthesy-Theulaz I.Probiotics as a treatment strategy for gastrointestinal diseases? Digestion. 2005;72(1):57-68. Epub 2005 Aug 18.
5. S J M Ten Bruggencate, I M J Bovee-Oudenhoven, M L G Lettink-Wissink, M B Katan, and R Van der Meer. Dietary fructo-oligosaccharides and inulin decrease resistance of rats to salmonella: protective role of calcium Gut. 2004 April; 53(4): 530–535.

 

Pagina Top arrow