Candida Albicans

Candida albicans
Veel mensen vermoeden dat hun klachten worden veroorzaakt door gisten met name  Candida, sommigen duiden dit als een Candida albicans syndroom.
Deze verkondiging roept vragen op:

  1. Hoe is de aanwezigheid van Candida vastgesteld?
  2. Waar bevindt deze gist zich?
  3. Wat is een Candida-syndroom?

Hoe is de Candida-infectie aangetoond?
Voor de duidelijkheid: Candida albicans is een gist en niet een schimmel. In het Engels gebruikt men de term yeast infection – gistinfectie zou ook in het Nederlands de correcte term zijn. Er worden in de natuurgeneeskundige praktijk verschillende diagnostische mogelijkheden gebruikt:

  1. Soms is de diagnose vastgesteld op basis van een scoreformulier ontwikkeld door dr. W. Croock, die ruim 20 jaar geleden een boek1 schreef over dit onderwerp. Aan iedere vraag zijn punten verbonden; mensen met hoge scores zouden aan Candida lijden. Klachten kunnen echter samenhangen met allerlei andere ziektebeelden. Een hoge score op de vragenlijst van dr. Croock kan ook samenhangen met een verstoorde darmflora, allergieën, coeliakie, bloedsuikerstoornissen, diabetes II, schildklierproblematiek of toxische belastingen.
  2. Een veelvoorkomende vorm van diagnostiek is de levend bloed analyse. In een druppel bloed zijn volgens de beoefenaars van deze diagnostiek gisten waar te nemen. Gisten moeten worden gekweekt, men kan niet op basis van een microscopisch beeld een diagnose stellen. Een positieve bloedkweek op Candida is zeldzaam.
  3. Kinesiologie, bioresonantie, Vega en andere energetische meetmethoden. Deze meetmethoden hebben een lage specificiteit en sensitiviteit en zijn voor diagnostiek niet betrouwbaar genoeg.

Waar treft men de gisten aan?
Bij verdenking op Candida-besmetting is het goed om laboratoriumonderzoek te laten plaatsvinden. Candida-overgroei komt voor:

  1. Op de huid en eventueel nagels (een typische schimmelnagel wordt echter veroorzaakt door Trichophyton rubrum).
  2. In de vagina.
  3. Op de mond, tong en in de slokdarm. Spruw. Bij pasgeboren baby's komt een lichte vorm van spruw meestal in de eerste vier levensweken voor en hoeft niet medicinaal behandeld te worden. De gisten behoren (in lage aantallen) tot de normale bewoners van het slijmvlies. Na de geboorte kan tijdelijk een overgroei ontstaan, daar de weerstand zich nog moet ontwikkelen.

Infectie van huid, nagels, vagina en mond levert niet veel diagnostische problemen.
Ook in e darm kan men een overgroei va candida soorten aantreffen.
Bij een klein percentage patiënten kan candida worden aangetoond in de ontlasting. Een dergelijke infectie kan klachten veroorzaken en het is van belang om via ontlastingsonderzoek een diagnose te stellen.

Candida-syndroom
Met de term “Candida-syndroom”, wordt een gegeneraliseerde infectie verstaan, dat wil zeggen een aandoening waarbij Candida albicans zich in de bloedbaan heeft begeven en organen geïnfecteerd kunnen raken. Dit concept neemt in de natuurgeneeskunde een belangrijke plaats in.
Een dergelijke besmetting is relatief zeldzaam – maar steeds vaker voorkomend bij ernstig zieke patiënten. Candida spp. kunnen in de bloedstroom voorkomen bij patiënten die behandeld zijn met corticosteroïden of chemotherapie hebben ondergaan, bij personen die lijden aan bloedziekten, kanker, hiv, met lage aantallen witte bloedlichaampjes, brandwondpatiënten en mensen die grote operaties hebben doorstaan en op de intensive care worden verpleegd.
Een studie in Canada2 toonde aan dat het voorkomen van candida in het bloed, candidemia, bij 4,5 : 10.000 personen voorkomt; 46% van de patiënten stierf aan deze infectie. Van de patiënten die geen medicatie kregen, stierf 68%. Deze infectie is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij verzwakte patiënten.

Invasie
Wetenschappelijke studies geven aan dat overgroei van de slijmvliezen zelden gepaard gaat met een invasie van gistcellen in het bloed.
Candida-cellen hechten zichzelf aan de darmwand en kunnen de barrière niet gemakkelijk passeren. Cellen die toch de bloedstroom bereiken worden weggeruimd door het enzym myeloperoxidase, MPO, een enzym dat in zeldzame gevallen deficiënt is. Een MPO-deficiëntie komt mogelijk voor bij 15 : 10.000 personen.
Patiënten die geen schimmel op de huid en geen vaginale infectie hebben, en waarbij geen schimmel in de darm is te vinden, en die niet ernstig ziek zijn, zullen geen gegeneraliseerde Candida-besmetting hebben – dus geen Candida-syndroom.

Fibromyalgie
Candida lijkt ook niet de oorzaak te zijn van chronische vermoeidheid. De medische zoekmachine PubMed bevat geen enkel artikel dat een relatie tussen fibromyalgie en Candida bespreekt. Wel zou men mogelijk een indirect verband kunnen leggen. Niet de Candida-cel zelf maar de immuunrespons via een stijging van pro-inflammatie cytokinen zoals TNF-alfa, IL-1beta en IL-8, zou kunnen bijdragen tot algehele malaise, pijn en gewrichtsklachten. Bij fibromyalgiepatiënten vindt men verhoogde spiegels van pro-infectie cytokinen. De respons op pro-infectie boodschappers is aspecifiek, ook parasieten, bacteriën, auto-immuunziekten en coeliakie verhogen cytokinen zoals TNF-alfa.

Hyperinsulinaemie
Er is een duidelijke samenhang tussen insulinestoornissen en afwijkingen van de darmflora en vergisting of schimmelvorming van de ontlasting. Verhoging van insuline gaat gepaard met een toename van sucrase en suikersplitsende enzymen in de darm. Een belangrijke oorzaak van hyperinsulinaemie is een overconsumptie van koolhydraten. In Nederland wordt heel veel brood en pasta gegeten. Het is zeer goed mogelijk dat de combinatie koolhydraten en toename van het suikergehalte van de darm een belangrijke oorzaak vormen voor een toename van vergisting en schimmelgroei. Het is waarschijnlijk dat het Candida-dieet verbetering geeft zonder dat er Candida aanwezig is, het is namelijk ook de therapie voor bloedsuiker- en insulineproblemen.
De grote verdienste van het Candida-dieet - een suikervrij dieet, waaruit alle geraffineerde koolhydraten zijn verwijderd - is dat klachten vaak afnemen. Een afname van klachten door het Candida-dieet is geen bewijs van de juistheid van de diagnose.

Wanneer men de patiënt verdenkt op een Candida-overgroei van de darm, kan men de volgende stappen ondernemen.

  1. Neem een goede anamnese af.
  2. Brijachtige zurige ontlasting en/of een opgezette buik?
  3. Chronische vaginale klachten?
  4. Huidaandoeningen?
  5. Geschiedenis van chronische vaginale of dermale schimmelinfecties?
  6. Bezoek aan een ontwikkelingsland?
  7. Dieet: koolhydraat-overbelasting?
  8. Alcoholgebruik?
  9. Insuline- of bloedsuikerproblemen: diabetes in de familie?
  10. Overgewicht?
  11. Gebruik van medicijnen: antibiotica, anticonceptiepil, pijnstillers?
  1. Onderzoek de darmflora.

Een kweek van een uitstrijkje van de vagina, mond of huid en van de ontlasting.

3. Indien er Candida spp. worden gevonden, doe aanvullend onderzoek naar:

  1. a. Intestinale parasieten.
  2. b. Ontstekingsmarkers in de ontlasting, zoals fecaal TNF-alfa.
  3. c. Bij overgewicht: bloedsuikers en insulinespiegels.

4. Behandeling:

  1. Verandering van dieet.
  2. Behandeling van parasieten indien aanwezig.
  3. Medicatie door middel van allerlei natuurlijke producten.
  4. Suppletie van darmflora: lactobacillen, enterococcen en bifidobacteriën, afhankelijk van de uitslag van de flora-analyse.
  5. Reguliere medicatie is via de arts op recept verkrijgbaar:

Nystatine. Nystatine kent maar weinig bijwerkingen. Het kan ook suikervrij worden geleverd door natuurapotheek Wauters. Na een paar dagen zijn de gisten al verdwenen. Zij kunnen echter weer terugkomen. Sommige patiënten voelen zich beter zolang zij dit middel gebruiken; het kan langdurig worden gebruikt. Een andere keuze is Diflucan, een sterkwerkend middel dat zeer effectief is. Langdurig gebruik wordt afgeraden.

Dieet
Verandering van het voedingspatroon is het belangrijkste element in de behandeling van Candida albicans in de darm. Men laat suiker weg, dus alle koekjes, snoep en verborgen suikers. Maar ook zetmeelrijke voeding zoals brood en rijst, daar zij voor meer dan 60% uit zetmeel bestaan. Gisten uit brood blijken helemaal geen rol te spelen, daarom is zuurdesembrood geen betere keuze. Wel heeft bakkersgist voor 50% dezelfde opbouw als Candida-soorten. Patiënten die een gistallergie hebben kunnen soms zuurdesembrood beter verdragen. Klachten zoals jeuk kunnen zeer goed gebaseerd zijn op een allergische reactie op Candida.
Tijdens de behandeling is het in eerste instantie van belang alle soorten brood en zetmeelrijke voeding weg te laten.
Voor ontbijt kan men biogarde, een groentenomelet of sojaproducten gebruiken.
Voor de lunch kan men soepen, een maaltijdsalade en eiwitten zoals vis, schaaldieren, sojaproducten en eieren gebruiken.

Samenvatting
Wanneer men een patiënt verdenkt van een Candida albicans besmetting van de darm is het verstandig een darmflora-analyse te laten maken.
Overgroei met gisten in de darm treedt meestal niet spontaan op, maar hangt samen met een gebrek aan lactobacillen, de aanwezigheid van parasieten, hoge insulinespiegels en overgewicht, overconsumptie van suiker en zetmeelrijke producten en in ernstige gevallen een stoornis van het immuunsysteem of een kwaadaardige aandoening. Het is van belang naar een oorzaak te zoeken wanneer men een gistovergroei heeft aangetoond.

1. Crook, William G. (1986). Yeast Connection: A Medical Breakthrough. Vintage Books. ISBN 0394747003.
2. Macphail GL, Taylor GD, Buchanan-Chell M, Ross C, Wilson S, Kureishi A. Epidemiology, treatment and outcome of candidemia: a five-year review at three Canadian hospitals. Mycoses. 2002 Jun;45(5-6):141-5.
3. Li L, Kashleva H, Dongari-Bagtzoglou A. Cytotoxic and cytokine-inducing properties of Candida glabrata in single and mixed oral infection models. Microb Pathog. 2007 Apr;42(4):138-47. Epub 2007 Jan 19.

 

 

Pagina Top arrow