Candida en PDS-klachten

Candida
Drie decennia geleden stelde de Amerikaanse arts Truss dat een ongezonde levensstijl en verandering van voedingsgewoonten en verontreinigende stoffen een overgroei met Candida in de darm konden veroorzaken.
Bij een afgenomen weerstand van het gastheerorganisme zou dit kunnen leiden tot een Candida-geassocieerd complex van symptomen, een "Candida overgevoeligheid syndroom".
In alternatieve kringen is het Candida-syndroom door velen naar voren gebracht als de oorzaak van tal van klachten en lokte de overdrijving van de Candida-problematiek in de jaren 1990 veel kritiek uit.

Soorten
Bijna 200 Candida-soorten zijn bekend, maar weinige zijn van betekenis voor de mens. De belangrijkste hiervan zijn C.albicans, C.glabrata2, C.krusei, C.dubliniensis, C.tropicalis, C.parapsilosis, C.guilliermondii en C.lusitaniae.
Ongeveer tweederde van Candida groeit niet bij 37°C. Moleculaire technieken tonen een veel grotere variëteit in Candida-soorten. C.albicans is bij meer dan 50% van systemische schimmelinfecties betrokken. Daarnaast ziet men een toename van C.glabrata en C.krusei.

Ziekenhuizen
Men moet onderscheid maken tussen overgroei in de darm bij relatief gezonde personen en een invasieve candidoses die een reële bedreiging vormt in ziekenhuizen. In 2004 ging een studie over de intestinale Candida-kolonisatie onder leiding van het Robert Koch Instituut van start en werd het klinische belang van gisten in de darmen geëvalueerd.
In industriële landen staan Candida-mycosen2 op de vierde plaats van infecties op de intensive care units. In de Verenigde Staten wordt 11,5% van de bloedinfecties veroorzaakt door Candida-soorten. Dit gaat gepaard met een sterftecijfer van meer dan 30%. Ongeveer 20% van de infecties ontstaan door het inbrengen van katheters of een kunstmatige hartklep.

Candida-mechanismen
Candida-infecties komen voor bij mensen met een verminderde afweer. Candida-gisten zijn opportunistisch hetgeen betekent dat ze alleen onder specifieke omstandigheden ziekten verwekken. Overmatige groei van gisten wordt normaal geremd door zowel het immuunsysteem als niet-specifieke afweerfactoren zoals de darmflora, de peristaltiek van de darm, intestinale enzymen en defensines.
De eerste stap in infectie is hechting. Door middel van verschillende adhesinen binden gistcellen zich aan de extracellulaire matrix van de darmwand en stimuleren het ontstaan van een zg. biofilm. De biofilm omringt de gistcellen als een beschermende cocon tegen aanvallen vanuit het milieu.
1. Candida-cellen produceren enzymen (proteïnasen) die immunoglobulinen inactiveren.
2. Candida-cellen maken gebruik van "switching", een snelle veranderingen van de structuur van de celoppervlakte, waardoor het moeilijk is voor het immuunsysteem de gistcellen te herkennen.
3. De gist kan hyfen vormen, draden waardoor het immuunsysteem Candida niet herkent.
De overgang van de gist naar de hyfenvorm wordt aangestuurd door contact met bacteriële stoffen, die peptidoglycanen worden genoemd. Wanneer de patiënt antibiotica gebruikt, komen de peptidoglycanen van de darmflorabacteriën vrij. Op die manier wordt de vorming van de hyfen van C.albicans gestimuleerd.

Candida en allergie
Patiënten met een wisselend ontlastingspatroon, een opgezette buik, winderigheid en buikpijn vragen zich af of Candida-overgroei de oorzaak van hun klachten is.
Het is echter onduidelijk of pathogene gisten verantwoordelijk zijn voor de symptomen.
Wel is sinds de jaren 1990 bekend dat Candida albicans een allergische reactie kan veroorzaken. Sommige celwand-componenten (mannan en mannoproteïnen) en het enzym enolase zijn potentieel allergeen. Enkele dierproeven bevestigen dit concept.
Bij een muizenstudie zag men door Candida albicans kolonisatie (na antibiotica-behandeling) een toegenomen overgevoeligheid. Andere studies hebben dat niet bevestigd.
Bij een muisstudie zag men dat Candida albicans de mestcellen2 kan beïnvloeden.
Na antibioticagebruik en een verzwakt immuunsysteem kan kolonisatie met C.albicans een atopische dermatitis (een chronische, terugkerende, zeer jeukende inflammatoire huidziekte) veroorzaken. Yamaguchi3 komt tot de hypothese dat de gastrointestinale kolonisatie door C.albicans betrokken kan zijn bij een toename van de klachten van atopische dermatitis. Dit zou veroorzaakt kunnen worden door een verhoogde doorlaatbaarheid waardoor voedselallergenen in het lichaam terechtkomen.

Klachten en PDS
Het is mogelijk dat er een relatie bestaat tussen irritatie van het slijmvlies, stoornissen in het darm-geassocieerde immuunsysteem, veranderingen in de darmflora en allergische reacties. Bij klachten overeenkomend met het Prikkelbaar Darm Syndroom, PDS, zou Candida in de darm kunnen functioneren als een allergie uitlokkende factor. Echter, dit concept vereist klinische studies.

Behandeling
Nystatine is het meest gebruikte middel. Nystatine is goedkoper en heeft minder bijwerkingen dan fluconazol. Wel worden er allergische reacties voor nystatine vermeld.
Men moet ervoor zorgen dat her-infectie niet optreedt door partnercontact, tandprothesen, tandenborstels of mondstukken.
Probiotica zou een rol kunnen spelen. Het is verstandig om een hoog vezel- en laag suikerdieet aan te houden om het micro-ecologische systeem in de darm te stabiliseren.

1.Intestinal Resident Yeast Candida glabrata Requires Cyb2p-Mediated Lactate Assimilation to Adapt in Mouse Intestine.
Ueno K, Matsumoto Y, Uno J, Sasamoto K, Sekimizu K, Kinjo Y, Chibana H.
PLoS One. 2011;6(9):e24759. Epub 2011 Sep 9.

2. Dtsch Arztebl Int. 2009 December; 106(51-52): 837–842Yeasts in the Gut: From Commensals to Infectious Agents
Jürgen Schulze, PD Dr. rer. nat. habil.*1 and Ulrich Sonnenborn, Dr. rer. nat

3. N Yamaguchi, R Sugita, A Miki, N Takemura, J Kawabata, J Watanabe, and K Sonoyama Gastrointestinal Candida colonisation promotes sensitisation against food antigens by affecting the mucosal barrier in mice Gut. 2006 July; 55(7): 954–960

Pagina Top arrow