Candidaremming

 

Candida albicans

Candida soorten
Candida behoort tot de gisten die overal in de natuur voorkomen, zij groeien op planten en zijn aanwezig in de grond en in het water. Candida omvat een familie, hiertoe behoren oa: Candida albicans, Candida glabrata, Candida krusei en Candida parapsilosis. Zuurdesem brood wordt gebakken met “wilde gisten Candida milleri). Ook bier en wijn bevatten natuurlijke gisten. Saccharomyces cerevisiae is bakkersgist.
Gist zorgt dat het brood rijst en beter verteerbaar is. Gist is rijk aan B vitaminen en wordt vaak als een supplement genomen.

Syndroom
De term Candida is min of meer synoniem geworden met schimmelinfectie. Slijmvlies infectie van Candida komt het vaakst voor in de vagina of mond. Gistovergroei van de slijmvliezen komt vaker dan bacteriële infecties.
Candida soorten komen vaak voor de ontlasting, zonder dat dit direct op een Candidasyndroom duidt. Candida cellen  hechten zich meestal niet aan de slijmlaag. Aantasting van de darmwand komt bij mensen (die niet ernstig ziek zijn) niet vaak voor.
Een toename van de aantallen Candida overgroei zie je vaker wanneer een groot deel van de normale darmflora verloren is geraakt. Bij 10 – 20 % van de mensen die antibiotica gebruiken, is een tijdelijke toename van Candida in de ontlasting te zien.

candida

  



Opbouw
De celwand van de verschillende Candidasoorten is voor
85% opgebouwd uit de suikers,mannose, glucaan, chitine.
De celwand bestaat voor de helft uit glucaan, voor nog geen
10% uit chitine en de rest is opgebouwd uit mannose-rijke
eiwitten. Candida bevat enzymen die glucanen en chitine vormen,
essentiële stoffen voor de structuur van de darmwand.
Interessant is dat de cyste van darmparasieten op dezelfde
manier is opgebouwd.

Transformatie
Candida is een onschadelijke cel; pas wanneer stoffen uit de omgeving het signaal tot draadvorming - hyfa - geven, kunnen de gisten een bedreiging vormen. Een aantal processen stimuleren de transformatie van gist naar “schimmelvorm”.
De gistknopjes groeien in een ring rond de moedercel; bepaalde enzymen spelen een dynamische rol in de transformatie van een onschuldige gistvorm naar een invasief  organisme. De agressieve hyfe-vorm van Candida kan een aanval van witte bloedcellen – macrofagen - overleven.

Hechting
Candida cellen hechten zich aan de darmwand nadat zij de hyfe transformatie hebben doorgemaakt. Wetenschappelijk gezien is hechting van micro-organismen één van de meest opwindende onderwerpen op het terrein van infectieziekten. Binding  impliceert de herkenning van de gastheer.
Receptoren die betrokken zijn bij hechting van gisten  zijn integrines, een superfamilie van receptoren die betrokken zijn bij groei, wondgenezing en de immuunrespons.
De functie van de integrine receptor verandert tijdens de overgang van gist naar hyfe. Hierdoor neemt het vermogen tot invasie toe.
Glycosylphosphatidylinositol (GPI) bindplaatsen (receptoren) zijn verankert in de celmembraan en komen voor op het oppervlak van weefsels. De receptoren zijn afhankelijk van foliumzuur.

Insuline
Candidacellen worden in hun groei gestimuleerd door insuline en ontvangen extra glucose via de tyrosinekinase receptor. Eliminatie van zetmeelrijke producten en suiker is essentieel, daar het de insulinespiegels doet dalen.

Verlaagde weerstand
Candida complicaties komen vooral voor bij premature baby’s, na operaties, bij patiënten met diabetes, brandwond of aids. Niet alleen hebben zij patiënten een falend immuunsysteem3 door chronische infecties ontvangen zij vaak  antibiotica en voeding per infuus waardoor de weerstand van de darm verzwakt. Gebruik van katheters verhoogt de kans op candida besmetting.
Transplantatie patiënten bij wie het immuunsysteem werd onderdrukt in verband met afstoting ontwikkelden candida infecties.

Coeliakie.
Nieuwenhuizen2 publiceerde zijn theorie dat candida een rol spelt in het ontstaan van coeliakie. glutenintolerantie – coeliakie een auto-immuunziekte die wordt veroorzaakt door gluten uit tarwe, gerst en rogge. Het eiwit HWP1 dat aanwezig is in de wand van de hyfe van Candida komt overeen met alfa-gliadine en gamma-gliadine T-cell epitopes.
Darmparasieten en candida
Candida kan diarree veroorzaken1. Vaak is er een verstoring van het milieu en een daling van de gezonde flora. Het is zinvol om een darmflora-analyse te laten maken.
Een ander gezichtspunt is dat mensen met Candida overgroei vaak besmet zijn met  darmparasieten. Analyseresultaten laten zien dat bij 50% van de mensen Candida overgroei in de darm, parasieten worden aangetoond.
a. De combinatie Candida spp. en Blastocystis hominis is het meest voorkomend.
b. 50 % van mensen met een Dientamoeba fragilis infectie heeft Candida soorten in de darm. Deze parasieten veroorzaken een opgezette buik, gasvorming en brijachtige ontlasting en vaak buikpijn of misselijkheid en vermoeidheid.
Nadat de parasieten zijn verwijderd, hebben de gisten geen vat meer op het slijmvlies en verdwijnen.

Blastocystis hominis en Dientamoeba fragilis.
Een ander punt is dat de meeste mensen met typische ‘Candida klachten’ geen gisten in de darm hebben, maar parasieten.
Statische verwerking van ruim 16,000 ontlastingsmonsters van personen met darmklachten laat zien dat:
meer dan 50% een besmetting met Blastocystis hominis heeft,
ruim 33% een Dientamoeba fragilis besmetting heeft,
bij 11.8% van de onderzochten een toename van Candida cellen werd aangetroffen

Positieve bevindingen

  %

Blastocystis hominis

57%

Dientamoeba fragilis

33,7

Candida 1.104 cellen/gram ontlasting

11.8

Candida 1.105 cellen/gram ontlasting

3,2

Zetmeel zeer veel

6,0

Opmerking: Wanneer men een Dientamoeba infectie wil behandelen met paromomycine, is het van belang dat men vóór de kuur de flora herstelt en candida elimineert. Paromomycine is een antibioticum dat de darmflora beschadigt, waardoor pathogene bacteriën en candida in aantallen zullen toenemen. Sommige patiënten krijgen hierdoor ernstige problemen.

Wanneer moet men eencCandida behandeling inzetten.
Candida spp. in de ontlasting kleiner dan 1.103 (duizend) cellen per gram wordt als normaal beschouwd. Aantallen tussen de 1.103 en 1.104 cellen per gram duidt op een toename, boven 1.105 (honderdduizend) cellen/gram ontlasting op een infectie met Candida.

‘Anti-candida dieet’
Bij het zg. Candidadieet wordt consumptie van gistbevattende producten verboden en wordt  zuurdesem brood aanbevolen. Gebruik van bakkersgist blijkt echter geen invloed te hebben op de groei van Candida. Wel kan men allergisch zijn voor gisten en kan een gistarm dieet een gunstig uitwerking hebben.
Daarnaast biedt zuurdesem brood vaak geen oplossing om dat het zetmeelgehalte van tarwe hoog is. Behandeling van Candida draait om verandering van dieet. De eerste stap is het zetmeel- en suikergehalte van de voeding drastisch te beperken.
Zuurdesembrood en ook glutenvrij brood bevatten per ons 43 gram glucose en 5 gram vezels. Witbrood 46 gram glucose en 2 gram vezel (NEVO tabel). Bijna evenveel glucose als een ons kristalsuiker, dat 50 gram glucose per ons bevat.
Zowel bij Candida belasting als bij infectie met Blastocystis hominis geldt: weinig zetmeelrijke koolhydraten en zeer vezelrijke voeding. Dus ook geen graan: brood (ook kamut en spelt), rijst, quiona etc. Fruit beperken en geen vruchtensappen. Knollen zoals bieten of wortelen bevatten 7 gram glucose per ons, een tienden van graan.

Suikervrij dieet
Het begrip Candidasyndroom heeft veel mensen een grote dienst bewezen. Ook al hebben velen nooit een gistovergroei doorgemaakt, de meeste mensen genezen van tal van klachten door een suikervrij en zetmeelarm ‘anti-Candida dieet’.
Het advies om alle zetmeelrijke koolhydraten te verwijderen uit het dieet is essentieel voor de gezondheid.
Een verklaring waarom het glucose-arme dieet klachten doet verminderen, moet voor een deel in de insulinerespons worden gezocht. Een hoge zetmeelconsumptie veroorzaakt een ongezonde stijging van de insulinespiegels in het bloed. Stijging van insuline kan slapeloosheid, onvruchtbaarheid, depressie, concentratiestoringen en vermoeidheid veroorzaken. De symptomen die men aan een Candida-infectie toeschrijft, worden veroorzaakt door ontregeling van de insulinehuishouding. Stijging van insuline heet hyperinsulinaemie en is een vroege vorm van Diabetes type II. Hyperinsulinaemie kan worden genezen door het weglaten van suiker en een groot deel van de zetmeelrijke koolhydraten uit het dieet.

Remming Candidagroei

  • Het is aan te raden om direct na een antibioticumkuur de flora te herstellen. Lactobacillen verzwakken de integrinebinding van schadelijke organismen.
  • Candida gebruikt de integrine receptor: Een groot aantal plantaardige producten zoals tuinbonen en sperziebonen, asperge, knoflook ginseng en olijfbladextract remmen schadelijk integrine.
  • Voedingsproducten die hechting van gisten en schimmels verhinderen door de (integrine)binding te remmen, zijn: ginseng, verse bonen, olijfbladextract en knoflook.
  • De transformatie in hyfe-vorm wordt afgeremd oor medicinale paddenstoelen.
  • De hyfe vorming kan worden afgeremd door mannose, glucaan en chitine. Suppletie met chitine, mannose (Aloë vera) en fucose (aanwezig in shiitake paddenstoelen) glucaan (in arabinogalactaan) remt vorming van Candida.
  • Candida maakt voor hechting gebruik van GPI receptoren: remming van hechting vindt plaats door gebruik van bladgroen - foliumzuur.
  • Th1-boodschappers stimuleren binding van de agressieve gisten, remming van het type Th1-cellen verhindert de groei: consumptie van vette vis en opbouw van glutathion, door middel van selenium, NAC, glutamine, broccoli met spruitjes.

Natuurlijke behandeling
Je kunt candida infecties behandelen - naast het dieet - met natuurlijke ontstekingremmers en producten die het milieu van de darm verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn olijfbladextract, pau d’arco, rozemarijnolie, lemongrass olie, geelwortel. Consumptie van vette vis en knoflook5  , verse werkt beter dan gedroogde.
Een goed anti-candida middel is berberine6. Inositol is een stof die groei van gezonde cellen bevordert en hechting van schadelijke cellen afremt, sojabonen bevatten inositol.  Aloë vera en shiitake paddestoelen (of een extract hiervan) stimuleren de macrofagen om Candida cellen te doden.
Nystatine kan door de arts worden voorgeschreven en kent maar weinig bijwerkingen, sommige mensen zijn voor dit middel allergisch.
Na een paar dagen gebruik zijn de gisten meestal verdwenen. Zij kunnen echter weer terugkomen, het is daarom van belang om het dieet en de plantaardige producten zoals geelwortel en vette vis langdurig te gebruiken.

Overzicht remming van Candida

  1. lactobacillen gedurende 1 week tot 10 dagen.
  • zetmeelarm dieet
  • essentiële suikers: mannose (Aloë vera) in combinatie met chitine
  • integrine remmers:

olijfbladextract
tuibonen
polysaccharide K (PSK) of KSM extracten van paddenstoelen zoals shiitake.

  1. Cox-2 remmers, vette vis, geelwortel
  2. Plantaardige producten: knoflook, pau d’arco, rozemarijnolie, lemongrass olie, berberine.
  3. Indien gewenst een kuur met nystatine (bevat suiker en is ook suikervrij te bestellen) 3 maal daags 1 volwassen dosering of voor kinderen een kinderdosering.

 

1. Simadibrata M, Tytgat GN, Yuwono V, Daldiyono, Lesmana LA, Syam AF, Ariawan I, Rani A Chronic diarea. Candida albicans Microorganisms and parasites in chronic infective diarrhea. Acta Med Indones. 2004 Oct-Dec;36(4):211-4.

2. Nieuwenhuizen WF, Pieters RH, Knippels LM, Jansen MC, Koppelman SJ. Lancet. 2003 Jun 21;361(9375):2152-4. Is Candida albicans a trigger in the onset of coeliac disease?

3. Idemyor V. Emerging opportunistic fungal infections: where are we heading?
Natl Med Assoc. 2003 Dec;95(12):1211-5.idemyor@juno.com

4. Baronets NG, Adlova GP, Mel'nikova VA.Zh Mikrobiol Epidemiol Immunobiol. 2001 Sep-Oct;(5):71-2. Effect of medicinal plant extracts on the growth of microorganisms

5.  Adetumbi M, Javor GT, Lau BH. Antimicrob Agents Chemother. 1986 Sep;30(3):499-501 Allium sativum (garlic) inhibits lipid synthesis by Candida albicans.

6. Park KS, Kang KC, Kim JH, Adams DJ, Johng TN, Paik YK.
Differential inhibitory effects of protoberberines on sterol and chitin biosyntheses in Candida albicans. Antimicrob Chemother. 1999 May;43(5):667-74.

 

 

Pagina Top arrow