Cholesterol

Hart, hersenen en bloedvaten

Inleiding
Artsen laten regelmatig bij patiënten het cholesterolgehalte van het bloed bepalen.
Wij maken ons zorgen over de gezondheid van ons hart. En terecht, daar 1 op de 3 mensen in Nederland hart- en vaatziekten ontwikkelen. Cholesterol wordt voorgesteld als de grote boosdoener. Veel artsen richten zich bijna uitsluitend op cholesterolverlaging bij verhoogde waarden. Er zijn echter andere factoren die een grote rol spelen in de gezondheid van de bloedvaten en het hart. Er zijn ook factoren die kunnen voorspellen of u een verhoogde kans heeft op hartproblemen.
Die factoren zijn:
Te hoge insulinespiegels.
Toename van het homocysteïnegehalte van het bloed.
Apolipoproteïnen E4.
Overgewicht en TNF-alfa spiegels.

Cholesterol
Cholesterol is een absoluut noodzakelijke stof voor het functioneren van het lichaam. Cholesterol is vetachtig, niet in water oplosbaar en dient als grondstof voor de bouw van de celwand.
Cholesterol is afgeleid van het woord chole (gal) en galstenen bestaan ​​voor een groot deel uit dit type vet. Ook steroïdhormonen en vitamine D zijn hieruit opgebouwd.
Cholesterol is een essentiële bouwstof die voor het grootste deel door het lichaam zelf, vooral in de lever, wordt aangemaakt.
Lipoproteïnen zijn verbindingen van vetten met eiwitten. Door de eiwitten worden de vetten in oplossing gehouden, waardoor vet via het bloed getransporteerd kan worden.
Lipoproteïnen bevatten verschillende soorten cholesterol: HDL, LDL, VLDL en chylomicronen.
Cholesterol is vernoemd naar de dichtheid: high, low, very low: HDL is High-density lipoprotein en LDL is Low-density lipoprotein.

HDL wordt gevormd in de lever, waarna het in de bloedcirculatie terechtkomt, het zorgt voor transport van overtollig cholesterol vanuit de cellen terug naar de lever.
LDL wordt voor een groot deel opgenomen in de lever, bijnieren, testes en ovaria.
LDL speelt een rol in herstel. LDL wordt vanuit het bloed opgenomen door de wand van de bloedvaten. Een klein percentage LDL is geoxideerd en kan de bloedvaten beschadigen. Recente publicaties geven aan dat vooral TNF-alfa - een stof die samenhangt met overgewicht en een toename van buikvet – een belangrijke rol speelt bij het beschadigen van de bekleding van de bloedvaten.

Totaal cholesterol
Totaal cholesterol = LDL + HDL + VLDL
1. LDL, Low-density lipoprotein, brengt cholesterol naar bloedvaten (ongunstig beschouwd)
2. HDL, High-density lipoprotein, transporteert cholesterol naar de lever (gunstig beschouwd)
3. VLDL, Very Low-density lipoprotein, draagt de triglyceriden in het bloed

Als regel moet HDL hoger zijn dan 1 mmol/l en LDL lager dan 4 mmol/l.
Van al het cholesterol in het bloed bevindt zich ongeveer
75% in het LDL, 
20% in het HDL
5% in het VLDL.

Normaalwaarden
HDL cholesterol:
mannen: 0.9 - 1.4 mmol/l
vrouwen: 1.1 - 1.7 mmol/l
LDL cholesterol: 2.1 - 3.9 mmol/l
Het totaal cholesterol moet lager zijn dan 5,2 mmol/l, tenzij HDL zeer hoog is.
Bij een Helsinki Studie van mensen geboren tussen 1919 en 1934, die gedurende 46 jaar werden gevolgd (tot en met januari 2010) overleed een totaal van 3.277 gezonde mannen (54%). Men zag de laagste sterfte bij een cholesterolgehalte ≤ 4 mmol/l.

De verhouding tussen LDL en HDL
Niet het totale cholesterol, maar de verhouding is de belangrijkste factor.
LDL : HDL moet kleiner zijn dan 4.0 (optimaal is een ratio van 3.1).
Wanneer het groter is dan 5.0 is er een probleem en heeft men 10 keer meer kans op problemen met het hart of de hersenen

Factoren die belangrijk zijn om te voorspellen of men hart- en vaatziekten zal ontwikkelen.

  • Triglyceriden
  • Overgewicht
  • Hoge insulinespiegels en diabetes (de belangrijkste factor)
  • Hoge bloeddruk
  • Homocysteïne
  • Schildklieraandoeningen.
  • Apolipoproteïnen
  • Aangeboren vetstofwisselingsstoringen, Hyperlipoproteïnemie
  • Hoge spiegels TNF-alfa

Triglyceride is de chemische naam voor wat we gewoonlijk 'vet' noemen, zoals boter of slaolie. De kwaliteit en de eigenschappen van triglyceriden worden bepaald door de verschillende vetzuren waaruit ze zijn opgebouwd.

Overgewicht en 'cholesteroldieet'
Men is minder vet gaat eten de laatste 30 jaar, maar gek genoeg blijkt dat het aantal hartziekten ernstig is toegenomen.
Men heeft het advies gekregen minder verzadigd vet uit vlees en boter te gebruiken, hierdoor is de consumptie van koolhydraten en plantaardige vetten toegenomen.
Men is meer rijst en pasta gaan eten en hierdoor heeft er juist een stijging van hartziekten plaatsgevonden. Zetmeel veroorzaakt een stijging van insuline in het bloed.
Insuline is een belangrijke factor in het ontstaan van hartziekten. (Zie artikel hyperinsulinaemie). Door een stijging van het insulinegehalte neemt vervetting van de bloedvaten toe.

Homocysteïne
Verhoogd cholesterol is een indicator dat er problemen zijn met de gezondheid, maar het is niet de belangrijkste factor die voorspelt dat wij in de toekomst een probleem met het hart of de hersenen zullen krijgen. Een hoge homocysteïnespiegel in het bloed bepaalt in hoge mate of men een hartaandoening zal krijgen. Verhoging van deze stof is belangrijker als alarmsignaal dan cholesterol. Verhoogd homocysteïne hangt ook samen met versnelde veroudering en dementie.
Methionine is een belangrijk, essentieel aminozuur dat via de voeding binnenkomt. Methionine vormt met behulp van foliumzuur S-Adenosylmethionine (SAM). Foliumzuur aanwezig in bladgroen bevat methyl, een stof die een zeer belangrijke rol speelt in het lichaam.
SAM kan de methylgroep afstaan en via enkele tussenstappen homocysteïne vormen.
Onder normale omstandigheden wordt homocysteïne door enzymen afgebroken tot cysteïne of om opnieuw methionine te vormen. Methionine kan dan opnieuw een methylgroep transporteren.
Wanneer het omzettingsproces van homocysteïne niet goed verloopt, stijgt het homocysteïne- gehalte in het bloed. Hoge homocysteïnespiegels zijn schadelijk. Methylgroepen zijn essentieel voor het celmetabolisme en een gebrek hieraan kan depressie en hartziekten veroorzaken. Toediening van foliumzuur kan de spiegels normaliseren.

Insuline
Zie hyperinsulinaemie.

Infecties.
Er blijkt een verband te bestaan tussen hartziekten en chronische infecties. Infecties met Helicobacter pylori en Chlamydia spp. verhogen de kans op vaatziekten.

ApoE4
Een belangrijke factor voor het ontstaan van hartziekten wordt gevormd door bepaalde eiwitten in het bloed, die erfelijk zijn bepaald. De zg. apolipoproteïnen uit de groep E bepalen of je gevoelig bent voor een hartaandoening. Het is verstandig om deze factor te laten bepalen. Ook al is apoE4 door uw de genen bepaald, dan nog kan men voorkomen een hartaandoening te krijgen door specifieke voedingsstoffen aan een gezond dieet toe te voegen.
ApoE4 veroorzaakt zowel een toename van hartziekten als dementie door aantasting van de bloedvaten van de hersenen. Mensen met deze factor zijn gevoeliger voor infecties zoals herpes. Glutenovergevoeligheid komt vaker voor bij apoE2 en wanneer men toch gluten blijft gebruiken, neemt de kans op dementie sterk toe.

  • De belangrijke indicator voor hart- en vaatziekten is een verhoogd insulinegehalte in het bloed (en een verhoogd homocysteïne).
  • In eerste instantie kan men proberen het cholesterolgehalte door middel van dieetaanpassing te verlagen. Echter: niet vetarm eten en geen margarines gebruiken, maar gezonde vetten zoals olijfolie, vette vis en lecithine. Eet veel groenten.
  • Een verhoogd cholesterolgehqlte is een signaal dat er iets mis is, maar is mogelijk niet de oorzaak van de vervetting van de bloedvaten.

Cholesterolverlagende middelen
Reguliere cholesterolverlagende geneesmiddelen kunnen schadelijk voor de gezondheid zijn. Sommige middelen verlagen de opname van vetten in de darm, andere dwingen het overtollige cholesterol de levercel in totdat er leverschade optreedt. Vandaar dat men de lever moet laten controleren als men deze middelen gebruikt.
Lipitor® (atorvastatine) is een middel dat cholesterol verlaagt. De bijwerkingen van Lipitor zijn: leverschade, spierpijn, zwakte, veranderingen van ogen, diarree, griepachtig gevoel, hoofdpijn, krampen, huiduitslag, etc.
Cholesterolverlagende middelen zijn in het verleden op de markt gebracht voordat de bijwerkingen goed werden onderzocht, Lipitor is daar een voorbeeld van.
In 1998 werd een 5-jarig onderzoek gestart bij 8600 gebruikers. In 1999, 1 jaar later, werd er gepubliceerddat het onderzoek zo'n succes was dat men het onderzoek niet had afgemaakt en het middel al op de markt was gebracht, de: "Trial was called off early due to successful early results" (Business Wire).
Op 8 augustus 2001 heeft het farmaceutische bedrijf Bayer de nieuwe statine Baycol (cerivastatine) van de markt gehaald nadat bleek dat 31 patiënten waren overleden aan een ernstige spierziekte genaamd rhabdomyolyse. Cholesterolverlagende medicijnen verminderen in het menselijk lichaam de synthese in het zo belangrijke co-enzym Q10. Dit heeft schadelijke gevolgen, met name voor spierweefsel.
De firma Bayer werd aangeklaagd voor het achterhouden van wetenschappelijke informatie over potentieel fatale interactie van de drug met een ander geneesmiddel en op verdenking van fraude. (BMJ. 2002 January 19; 324(7330): 130. Bayer faces Swiss criminal probe over cerivastatin Fiona Fleck)

Nieuwe middelen hebben minder bijwerkingen, echter veel voorkomende klachten  zijn slapeloosheid, constipatie of diarree, hoofdpijn, verlies van eetlust en verlies van gevoel of pijn in de zenuwuiteinden van.de handen en voeten. Het British Medical Journal (BMJ), betrokken bij het analyseren van gegevens uit 368 huisartsenpraktijken, in een .die meer dan twee miljoen patiënten in Engeland en Wales omvatte, toonde aan dat er door gebruik van statines een verminderd risico van slokdarmkanker is, maar een verhoogd risico op matige of ernstige leverfunctiestoornissen, acute nierinsufficiëntie, myopathie en staar.
Men kan overwegen eerst door middel van voeding en plantaardige stoffen het LDL gehalte te verlagen.

Plantaardige middelen voor hart en vaten
Disclaimer:
* Deze informatie is samengesteld onafhankelijk van vitamineleveranciers. Producten worden vermeld om een zoektocht naar informatie te verkorten. De schrijver heeft geen financiële belangen bij de verkoop van de genoemde producten.
* De schrijver laat de keuzes over aan de behandelend arts of therapeut voor natuurgeneeskunde. De informatie beoogt niet een complete therapie te zijn. De schrijver neemt geen verantwoordelijkheid voor de resultaten van de beschreven therapieën.
* De combinaties zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Men kan in overleg met de behandelaar een of meerdere supplementen uitkiezen.

Verlaging cholesterol
Cholesterol kan op een natuurlijke manier worden verlaagd. Slechts 5% van de cholesterol die men in het bloed vindt, is afkomstig van de voeding, de winst kan dus nooit zo groot zijn. Alle vezels verlagen cholesterol door het te binden, maar daarnaast hebben zij ook in de lever een verlagend effect.

Zetmeelarm dieet rijk aan bladgroen
Door verhoogde consumptie van groenten neemt het gehalte van korte-keten vetzuur in de darm toe. Een studie laat zien dat door afname van koolhydraatconsumptie en toename van voedingsvezel-inname op lange termijn de bloedlipiden bij type II diabetes patiënten veranderen. Voor een deel wordt de daling van cholesterolwaarden veroorzaakt door colon-fermentatie van niet-geabsorbeerde dieetkoolhydraten en de vorming van korte-keten vetzuur. Veranderingen van korte-keten vetzuur-concentraties in het bloed (serum acetaat) waren significant gerelateerd aan veranderingen in serum-concentraties van cholesterol na een dieetperiode van 3 maanden.

Chitosan
Chitosan wordt bereid uit de schil van garnalen, chitine. Het bindt vet in de darm en wordt als afslankmiddel gebruikt. Chitine verhoogt het HDL-cholesterol, hetgeen gunstig is. Men kan het beste vetoplosbare vitaminen (A, D, E) aan het dieet toevoegen daar de opname hiervan tijdens het gebruik van chitine kan afnemen.

Gymnema sylvestre
Na 10 weken gebruik bij proefdieren, daalde het cholesterol en de triglyceriden op dezelfde wijze als met chitosan. Een combinatie van beide middelen had alleen extra effect op de cholesterolverlaging.
(Shigematsu N, Asano R, Shimosaka M, Okazaki M.Effect of long term-administration Gymnema sylvestre R. BR on plasma and liver lipid in rats.Biol Pharm Bull 2001 Jun;24(6):643-9)

Cholesterolverlaging:

  1. Bladgroen en koolsoorten
  2. Omega-3 vetzuren: 1200 mg per dag
  3. Inositol, fytaat IP6, (remmende werking op kanker)
  4. Soja en genisteïne
  5. Gerst, vooral gespruitte gerst
  6. Bèta-sitosterol, een plantaardige sterol dat op cholesterol lijkt, bijv. uit rijst en soja
  7. Policosanol geïsoleerd uit suikerriet
  8. Guggulipi, een extract van guggulsterones uit de mukul myrrh boom (Commiphora mukul), die in India groeit. LDL cholesterol kan met 25-35% dalen en triglyceriden met 22-30%. Het gunstige HDL-cholesterol kan met 20% toenemen
  9. Pantethine is een vorm van vitamine B5. Het reduceert LDL.
  10. Arginine
  11. Curcumen, een ontstekingsremmer bij 1-3 gram per dag
  12. Knoflook
  13. Salvia (Salvia miltiorrhiza), gunstig voor de lever
  14. Cordiceps en Coriolus versicolor, paddenstoelen, remmen ook infecties
  15. Groene thee
  16. Vezels:
    1. Bladgroen, rijk aan vezels en foliumzuur
    2. Lijnzaad, bevat lignanen
    3. Inuline, veroorzaakt vaak winderigheid
    4. Pectine
    5. Alfa-glucaan uit haverzemelen verlaagt cholesterol
    6. Bèta-glucaan, gerst
    7. Oryzanol, uit rijstzemelen, helpt schildklier (bevat 29 vitaminen en mineralen en 70 antioxidanten), tegen diabetes en kanker
    8. Chitosan, ook tegen diabetes (let op: patiënten met garnalenallergie)

Behandeling homocysteine
Te hoge homocysteïnewaarden zijn relatief gemakkelijk te behandelen. Door gebruik van foliumzuur, trimethylglycine (TMG), vitamine B12 en vitamine B6 dalen de waarden en neemt de kans op een hartinfarct af. Trimethylglycine (TMG) is ook bekend onder de naam betaïne. Het is een natuurlijke stof die voorkomt in bieten, broccoli en spinazie. TMG is een essentiële bron van methyl.
Zelfs de grootste tegenstanders van vitaminesuppletie dringen er bij hun regering op aan dat deze vitamines toegevoegd worden aan het voedingspakket om de enorme epidemie van hartziekten terug te dringen.
Er is bovendien een (nog niet geheel duidelijke) relatie tussen homocysteïne en te hoge insulinespiegels (zie hyperinsulinaemie).
Groene groenten bevatten foliumzuur en zijn essentieel voor het bestrijden van hartziekten. Eieren bevatten veel methionine. Dit aminozuur kan homocysteïne verhogen, het is daarom van belang ervoor te zorgen dat men samen met de eieren voldoende foliumzuur (groene groenten), vitamine B12 en B6 gebruikt.
Verlaging homocysteïne
Foliumzuur
Vitamine B6
Vitamine B12
Betaïne

Hartaandoeningen en TNF-alfa
Aan het einde van de 19e eeuw beschreef de New Yorkse chirurg William Coley, de genezing van tumoren als gevolg van een bacteriële infectie. De stof die dit effect bewerkstelligde, werd in 1975 geïdentificeerd en Tumor Necrose Factor alfa, TNF-alfa, genoemd.
Tijdens een infectie wordt het immuunsysteem gestimuleerd boodschappers, zoals tal van interleukinen en TNF-alfa te produceren. Een stijging van TNF-alfa leidt tot koorts en een verhoogde permeabiliteit van bloedvaten waardoor witte bloedcellen zich in het weefsel dringen en toegang krijgen tot de plaats van de infectie. Een chronische infectie zoals bijvoorbeeld besmetting met Helicobacter pylori (verwekker van een maagzweer) veroorzaakt chronisch verhoogde TNF-alfa spiegels in het bloed. Bij een overproductie van TNF-alfa ontstaat er schade en worden de bloedvaten aangetast, research geeft aan dat deze factor een hoofdrol speelt in het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Een zeer belangrijk feit is dat overtollig buikvet een orgaan vormt. Vetweefsel werd tot voor kort beschouwd als een opslagplaats van vet. Het blijkt dat opgeslagen buikvet als een `klier´ werkt en hormonen uitscheidt, actieve stoffen zoals TNF-alfa, leptine en adiponectine. Stoffen die ontsteking stimuleren of afremmen. Overgewicht gaat gepaard met insulineresistentie dat een risicofactor vormt voor hart en slagaders, nieren, hersenen en ogen.
Overgewicht wordt voor een groot deel veroorzaakt door een overconsumptie aan zetmeelrijke voeding. Ten onrechte worden koolhydraten vaak ingedeeld in langzame en snelle suikers. Het tempo waarin suikers worden opgenomen in de dunne darm is echter niet van belang.

Er zijn oplosbare en onoplosbare koolhydraten. Kristalsuiker, glucose en zetmeel - dat voor 100% uit oplosbare glucosemoleculen bestaat - worden opgenomen in de dunne darm en hebben nadelige gevolgen voor het lichaam onder meer doordat ze vetopslag in de buik bevorderen.
Alleen onoplosbare koolhydraten en onverteerbare vezels, zoals cellulose, die de dikke darm bereiken, zijn van essentieel belang, het zijn niet-glycemische koolhydraten. Deze vezels hebben wel degelijk een calorische waarde, zij vormen een voedingsbron voor de darmflora die korte-keten vetzuren produceren. Deze vetzuren worden opgenomen in het lichaam, zij hebben een gunstig effect op de lipide-bloedwaarden en veroorzaken geen insulinestijging.
De stof adiponectine wordt ook door het buikvet gemaakt. De stof komt vrij wanneer er calorie-arm en vezelrijk wordt gegeten. Adiponectine heeft juist ontstekingsremmende eigenschappen en vermindert de complicaties van hoge insulinespiegels en diabetes.

Advies
Bij hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en hart- en vaatziekten in combinatie met een te grote buikomvang, is het van belang om af te vallen. Men laat alle suiker- en zetmeelrijke voeding weg, met name brood, koekjes, rijst en pasta. Tarwe bevat niet alleen veel zetmeel, het stimuleert bovendien de productie van TNF-alfa, een extra reden om granen te elimineren. Men voegt zoveel mogelijk vezelrijke voeding toe: groenten en eventueel zemelen.
Men kan voor het ontbijt biogarde yoghurt gebruiken met bessen die allen krachtige anti-oxidanten bevatten. De broodlunch is te vervangen door vette vis, koolsoorten zoals broccoli en spruitjes en salades van bladgroen dat rijk is aan foliumzuur. Ook zeewier en paprika bevatten gunstige stoffen voor het hart. Geelwortel, de basis van kerrie, is een van de krachtigste ontstekingsremmers die de natuur kent. Naast het dieet is veel bewegen van groot belang.

Conclusie
Verander uw dieet, maar volg geen regulier 'cholesterolverlagend' dieet. Dit dieet heeft er niet voor gezorgd dat hartziekten afnemen.
* U mag best vetten gebruiken, met name gezonde vetten: (olie van) vette vis, sesamolie en olijfolie; biologische, eerste persing, koudgeperst. Het is beter boter te gebruiken in plaats van margarine, echter verzadigd vet en koolhydraten is geen goede combinatie.
* Insuline blijkt de belangrijkste factor in het ontstaan van hart- en vaatzieken. Indien u aan insuline- en bloedsuikerstoornissen lijdt, vermijdt dan voeding die suiker en zetmeel bevat: laat frisdranken, vruchtensappen, alle granen (vooral pasta, brood en rijstwafels), aardappelen, suiker, honing en allerlei 'lekkers' weg. U krijgt voldoende koolhydraten binnen door uitsluitend groenten, knollen (zoals bieten, wortelen en venkel) en matig fruit te gebruiken.
* Risicofactoren voor hart en vaatziekten zijn: Lipoapoproteïne, cholesterol, insuline, homocysteïne, gebrek aan omega-3 vetzuren, gebrek aan fosfatidylserine, gebrek aan groenten (foliumzuur) en vitamine B6 en B12.

De volgende adviezen kan men in overweging nemen.
1. Laat door bloedonderzoek de homocysteïnespiegel en de apolipoproteïnen vaststellen, u weet dan dat u tot een risicogroep behoort.
2. Omega-3 vetzuren zijn essentieel om dagelijks te gebruiken. Op dagen dat u geen vette vis eet, kunt u in capsulevorm 400 tot 1000 mg EPA en DHA innemen.
3. Door oxidatie van celmembranen komen vetzuren vrij. Daarom is het van belang om oxidatieve stress en schade van de membranen te voorkomen door veel groenten en anti-oxidanten te gebruiken. (Vit. E, vit. C, selenium etc.)
4. Biologische groenten bevatten selenium: 2 tomaten bijvoorbeeld leveren al voldoende selenium (200mcg per dag). Commercieel verbouwde groenten bevatten geen selenium daar dit niet meer in de grond aanwezig is in Nederland.
Spruitjes en broccoli bevatten vitamine C. (Veel meer dan sinaasappelen).
5. Gebruik voldoende eiwitten: naast (vette) vis, soja, yoghurt en lever ook matig wild, kip of kalkoen. Beperk eieren wanneer u hoge homocysteïnespiegels heeft.
6. Laat een darmflora-analyse maken. Zorg dat de darmflora gezond is, darmbacteriën breken voedingsvezels voor u af. Zij maken uit lijnzaad inositol beschikbaar, uit aardperen de inuline en uit haverzemelen de glucanen.
7. Sporten verhoogt het glucagongehalte van het bloed, dit is de tegenhanger van insuline.
8. Bestrijd chronische infecties zoals Chlamydia, onderzoek maagpatiënten op Helicobacter pylori, daar bacteriële infecties bijdragen tot de ontwikkeling van hartziekten.
9. Mensen die bloedverdunners gebruiken, moeten zich goed laten controleren daar verschillende plantaardige producten een bloedverdunnend effect kunnen hebben.

Literatuuroverzicht statines en cholesterolverlagende middelen
Inleiding statines, HMG-CoA-reductaseremmers
Na het terugtrekken van cerivastatine in 2001 is de veiligheid van statines sterk toegenomen. Leverschade door medicijngebruik heeft veel aandacht gekregen toen deze middelen op de markt kwamen. Verhoging van leverenzymen in het bloed komt bij gebruik van statinen vaak voor. Verhoogde waarden wijzen niet noodzakelijkerwijs op leverschade. Tal van klinische studies hebben aangetoond dat onomkeerbare schade aan de lever - leidend tot de dood of een levertransplantatie - zeer weinig blijkt voor te komen.
Rosuvastatine is uitvoerig bestudeerd naar aanleiding van bezorgdheid over schade aan spieren en nieren. Hoge doseringen van lovastatine veroorzaakten aanzienlijke hepatocellulaire schade bij konijnen. Bij mensen blijkt deze bijwerking buitengewoon zeldzaam.

Lipitor, Atorvastatin
Atorvastatine-gerelateerde leverschade kan enkele maanden na het begin van de medicatie optreden. Aanzienlijk toegenomen transaminase-concentraties van meer dan 3 maal de bovengrens van normaal, worden gezien bij 0,7% van de gebruikers.
Lovastatine
Gemengde leverbeschadiging is in een aantal gevallen vastgesteld. Verhogingen van leverenzymen zijn dosis-gerelateerd. Op basis van 232 gevallen van acute leverbeschadiging die samenhangen met lovastatine, werd het risico van leverfalen geschat op twee in een miljoen patiënten.
Simvastatine
Simvastatine kan door interacties met andere geneesmiddelen leverschade veroorzaken. Er zijn verschillende gevallen beschreven wanneer simvastatine wordt gebruikt in combinatie met flutamide, troglitazone en diltiazem.
Pravastatine, rosuvastatine en fluvastatine
Pravastatine kan leverschade veroorzaken.
Rosuvastatine is een van de nieuwste goedgekeurde medicijnen in de statine klasse en uitgebreide klinische ervaring ontbreekt nog.
Niacine, vitamine B3
Niacine kan HDL doen stijgen met 15 tot 35%. Een verlaging van de LDL wordt ook gezien, die blijkbaar optreedt als gevolg van een remming van lever-VLDL en triglyceriden-secretie en dus een vermindering van de ondergrond die nodig is om LDL-deeltjes te maken.
Leverschade kan optreden van 1 week tot 48 maanden na het begin van gebruik. Leverfalen is zeer zeldzaam, maar kan voorkomen wanneer de dosis van 2-3 gram per dag wordt overschreden.
Fibraten
Verschillende studies hebben een relatie gelegd tussen clofibraat en gemfibrozil-gebruik en leververgroting en leverkanker in knaagdiermodellen. Een verhoogd risico op kanker is echter niet gezien bij mensen. In Spaanse studies wordt aangegeven dat gemfibrozil-gebruik kan leiden tot hepatitis en zeer zeldzaam tot leverschade.
Fenofibraat zal in zeer zeldzame gevallen tot een auto-immune hepatitis leiden, in het bijzonder bij een gecombineerd gebruik met statinen.
Ezetimibe
Ezetimibe verlaagt cholesterol door remming van absorptie in de dunne darm. Recente studies noteren dat ezetimibe zelden leverschade in de vorm van ernstige hepatitis of een acute auto-immune hepatitis veroorzaakt.
Galzuurbindend hars
Galzuurbindende harsen binden galzuren in de darm en kunnen daardoor indirect lagere cholesterolspiegels veroorzaken. Deze klasse wordt als veilig beschouwd en mogelijk beschermend voor de lever. Er is één geval van complicatie gemeld. De patiënt in dit rapport ontwikkelde een verhoging in zijn leverenzymen in het bloed tot tien keer de bovengrens van normaal.

Conclusie
Hart- en vaatziekten vormen de belangrijkste oorzaak van de dood in de westerse wereld en daarop is de poging om cardiovasculaire risicofactoren en hoge cholesterolspiegels te verlagen, gebaseerd.
Echter hyperlipidemie-patiënten hebben vaak een onderliggende leverziekte, daarom dient men
voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van cholesterol-verlagende middelen.
Men moet echter niet vergeten dat diabetes type II veroorzaakt wordt door insulineresistentie waardoor bloedvaten worden aangetast.
Veel patiënten met afwijkende vetspiegels van het bloed hebben diabetes of overgewicht. Wanneer het gewicht afneemt zullen ook de cholesterolspiegels verbeteren.
Een gezond voedingspatroon, lichaamsbeweging en het daaruit voortvloeiende gewichtsverlies en de verbetering van de cholesterolwaarden moeten in eerste instantie worden ingezet als therapie.

Pagina Top arrow