Feces-Analyses en MGlab&Advies BV

Volledige analyse van de darmflora,  ontstekingsmarkers en markers op coeliakie.

  • De zuurtegraad van de feces. De juiste pH is licht zuur (6 tot 6,8)
  • Vertering, door meting van het gehalte aan zetmeel-, vezel- en vet.
    • - Aerobe flora;
    • - Anaerobe flora;
    • - Kweek van schimmels en candidasoorten, getest op gevoeligheid voor Nystatine®.
  • sIgA, secretoir Immunoglobuline A, immunologische weerstand.
  • Histamine
  • Zonuline, lekkende darm
  • T-Transglutaminase en anti-gliadine, markers glutenintolerantie
  • Calprotectine, ontstekingsmarker
  • Lactoferrine, ontstekingsmarker
  • M2PK, verhoging van het celmetabolisme bij ontstekingen en tumoren
  • Occult bloed. Op indicatie, immunologische test op menselijke bloed.
  • Helicobacter pylori, infectie van het maagslijmvlies
  • Schadelijke bacteriën
  • Uitstrijkjes
  • Wormen
  • Darmparasieten. qPCR Dientamoeba fragilis, Blastocystis hominis, Giardia lamblia en Cryptosporidium spp, Entamoeba spp

Darmflora
De darm is bevolkt met triljoenen bacteriën1, die samen 1 - 1½ kg wegen en als ware een orgaan vormen. De darmbacteriën produceren vitaminen, maken giftige stoffen onschadelijk en vormen een onmisbare barrière tegen de buitenwereld. Een goede darmflora speelt een essentiële rol in onze gezondheid en immuniteit. Een analyse van de ontlasting kan een indruk geven van de samenstelling van de bacteriën die in de darm aanwezig zijn. Men kan bij gespecialiseerde laboratoria een darmflora-analyse laten maken, zie www.MGlab.nl 2.
De aantallen van de bacteriën en eventueel aanwezige gisten en schimmels worden vastgesteld. Analyses van de ontlasting geven ook informatie over de zuurgraad, de vertering van voedsel en de aanwezigheid van stoffen die op een darmontsteking duiden.

Analyses van gunstige bacteriën
Een ontlastinganalyse vermeldt de soorten bacteriën die in het laatste stuk van de dikke darm leven. De darmflora bevat twee groepen bacteriën:

  • Eén die zuurstof verdraagt (aëroob). De aantallen van de aërobe, zuurstoflievende bacteriën, Escherichia coli en Enterococcus familie, liggen rond een miljoen (1·106) per gram. Lactobacillen worden zowel bij de aërobe als anaërobe ingedeeld en zijn ook in de dunne darm aanwezig.
  • Eén die zonder zuurstof leeft (anaëroob). Bacteroïden, clostridia en bifidobacteriën sterven af door contact met de lucht. Deze groep is honderdduizend maal groter dan de aërobe: van 1·109 tot 1·1011 per gram ontlasting, zij vormen samen meer dan 99,9% van de bacteriën in de darm.

Aërobe bacteriën (leven met zuurstof)
Escherichia coli is een gunstige darmbacterie die behoort tot de familie Enterobacteriaceae. E.coli’s maken net als andere gunstige bacteriën antibacteriële bacteriocines, kleine eiwitjes die andere soorten afremmen. Er zijn ook schadelijke coli-varianten die darminfecties en blaasontstekingen kunnen veroorzaken. Een coli-infectie kun je oplopen door contact met besmet water en voedsel.
Tot dezelfde Enterobacteriaceae familie behoren ookde potentieel schadelijke bacteriesoorten zoals Salmonella, Shigella en Klebsiella spp. Deze bacteriën zijn in zeer kleine hoeveelheden aanwezig. Een daling van E.coli gaat regelmatig gepaard met een toename van de schadelijke soorten.
Enterococcen spp. behoren tot de streptokokkengroep en zijn aanwezig in aarde, water en in de darm. Zij zijn gunstig voor de darm, maken natuurlijke antibiotica, remmen Salmonella-infecties af en houden het immuunsysteem alert. Een overdaad aan Enterococcus faecalis kan infecties veroorzaken die niet goed op antibiotica reageren. Zij infecteren vooral de mondholte, tandwortels of neusholte, maar veroorzaken ook infectie van de urinewegen.
Lactobacillen spp. zijn overal in het verteringskanaal aanwezig, ook de dunne darm is rijk aan deze bacteriën. Er zijn naast de bekende Lactobacillus acidophilus nog dertig verschillende soorten. Toediening van lactobacillen remmen de groei van Giardia lamblia en kunnen bij een infectie als probioticakuur worden gebruikt. Lactobacillen worden industrieel aan voedsel toegevoegd omdat hun bacteriocines voedselbederf voorkomen.

Anaërobe bacteriën (leven zonder zuurstof)
Meer dan 99,9% van de darmbacteriën is anaëroob; zij verliezen hun vitaliteit door contact met de lucht, sterven in grote hoeveelheden af en bereiken het laboratorium niet. Men verkrijgt alleen de juiste waarden van de aantallen van Bacteroïden spp., Bifidobacteriën spp. en Clostridia spp. door toepassing van specifieke DNA-analyses.
Bacteroïden soorten komen voor in aantallen van 10 miljard per gram ontlasting. Zij hebben vezelrijke voeding en vitamine B5 nodig voor hun groei.
Clostrida soorten. Deze bacteriën komen wat aantallen betreft op de tweede plaats, de meeste soorten behoren tot de gezonde darmflora. De bacterie Clostridium difficile is een sporenvormende bacterie die diarree kan veroorzaken. Clostridium difficile produceert twee toxinen, enterotoxine en cytotoxine; diarree wordt vooral veroorzaakt door enterotoxine3. Deze toxines kunnen in het laboratorium worden gemeten.
De Bifidobacterium groepbestaat uit een 50-tal soorten, zoals Bifidobacterium longum en Bifidobacterium bifidum. Samen met bacteroïden produceren zij boterzuur.

Helicobacter pylori
Helicobacter pylori is een bacterie die aanwezig kan zijn in het slijmvlies van de maag of dunne darm. Een toename van Helicobacter pylori kan maagzweren veroorzaken Deze bacterie kan worden aangetoond via ontlastingsonderzoek4. Fecesdiagnostiek wordt steeds vaker toegepast om deze bacterie op te sporen, door een grotere betrouwbaarheid dan bloedonderzoek. Helicobacter-infecties van de maag verhogen de kans op maagkanker; jaarlijks zijn er wereldwijd 750.000 nieuwe gevallen.

Zuurtegraad
Het is wenselijk dat de darminhoud licht zuur is, dat wil zeggen een pH heeft van 6 tot 6,80. (Niet te verwarren met het bloed dat juist licht alkalisch moet zijn.) Darmbacteriën zetten plantvezels om in korte keten vetzuren die het milieu licht zuur houden, daarnaast zorgen zuurvormende bacteriën zoals lactobacillen en bifidobacteriën voor een optimale zuurtegraad.
Een hoge (alkalische) pH hangt samen met een toegenomen kans op chronische darmontstekingen en het ontstaan van darmkanker. Korte keten vetzuren geproduceerd door darmbacteriën herstellen beschadigd dna, verminderen daardoor de kans op het ontstaan van darmkanker. Zij verlagen indirect te hoge cholesterol- en insulinespiegels en stimuleren een gezonde slijmproductie.

Vertering
In het laboratorium wordt de vertering van vezels, zetmeel en vet beoordeeld:

  • Wanneer de ontlasting veel zetmeelbrokken bevat, duidt dit meestal op overconsumptie van graanproducten, het is dan zaak om zetmeelrijke producten zoals brood en pasta weg te laten, men kan dan beoordelen of de klachten minder worden. Bij mensen met overgewicht en een overdaad aan zetmeel in de ontlasting kunnen insulinespiegels worden bepaald.
  • Mensen met dunne darmparasieten hebben vaak brijachtige ontlasting die vezels, vetten en koolhydraten bevatten. Wanneer de darm niet genoeg tijd krijgt om het voedsel op te nemen, komt het onverteerd naar buiten.
  • Wanneer de ontlasting veel vet bevat, kan dit op een probleem met de pancreas of gal duiden, maar ook op een aandoening van de dunne darm, zoals een glutenintolerantie of infectie met de parasiet Giardia lamblia.

Minder dan 1∙103 cellen candida of andere gistcellen zoals bakkergist per gram ontlasting wordt als acceptabel beschouwd. Tussen de 1∙103 en 1∙105 is een belasting. Men behandelt bij  >1∙103 cellen per gram ontlasting. Dat neemt niet weg dat tal van mensen met ook lage aantallen klachten kunnen hebben door gist overgroei, ook kan er een allergie voor gisten aanwezig zijn.
Snelle identificatie ondersteunt genezing. Bij mensen met een verzwakt immuunsysteem, met diabetes, personen die chemotherapie ondergaan of corticosteroïden gebruiken is een infectie niet zonder risico.

Gisten en schimmels
Candida spp. behoren niet tot de schimmels, toch is de term candida min of meer synoniem geworden voor een schimmelinfectie. Candida behoort tot de eencellige gisten, die overal in de natuur voorkomen, zij groeien op fruit en planten en zijn aanwezig in de grond en in het water. Voeding bevat tal van gisten, zoals Saccharomyces cerevisiae, bakkersgist. Zuurdesembrood wordt gebakken met wilde gisten, Candida milleri. Ook bier en wijn bevatten natuurlijke gisten. Candida en gisten zoals bakkersgist hebben veel met elkaar gemeen. Candida albicans is de bekendste van de candida soorten. In de darm komt Candida albicans het vaakst voor; 46% van de andere candida soorten wordt gevormd door: Candida tropicalis, Candida glabrata, Candida krusei en Candida parapsilosis. Minder dan 1∙103 gistcellen per gram ontlasting wordt als acceptabel beschouwd. Tussen de aantallen van 1∙103 en 1∙105 celen per gram ontlasting vormen een overgroei of een infectie met candida.
Men behandelt bij  >1∙103 cellen per gram ontlasting. Dat neemt niet weg dat tal van mensen met ook lage aantallen klachten kunnen hebben door gist overgroei, ook kan er een allergie voor gisten aanwezig zijn.

Een geïrriteerde darm
Een opgezette buik, al of niet vergezeld van winderigheid, is een veel voorkomende klacht en duidt lang niet altijd op parasieten. In veel gevallen zal de huisarts de diagnose spastische darm stellen. Een syndroom, waaraan twintig procent van de vrouwen in Nederland lijdt. Soms wordt de diagnose ten onrechte gesteld, want een overgevoelige krampende darm gecombineerd met diarree of constipatie kan tal van oorzaken hebben. De buik kan door veel verschillende redenen opspelen:
Daling van de gezonde darmflora
Hypergevoeligheid van de darm na antibioticagebruik
Candida overgroei
Overconsumptie van zetmeel
glutenintolerantie, coeliakie, komt voor bij 1% van de bevolking
Afname van immunoglobuline A, komt voor bij 1% van de bevolking
Chronisch gebruik van pijnstillers, NSAID’s
Colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn, komt voor bij 0,3% van de bevolking
Darmkanker, komt voor bij minder dan 0.1 % van de bevolking
Laboratoriumonderzoek van de ontlasting kan bovenstaande aandoeningen op het spoor komen.

Er zijn ook darmklachten die niet naar voren komen bij ontlastingsonderzoek, aanvullend onderzoek is hier nodig op:
Voedselallergieën
Melksuiker (lactose) intolerantie
Diabetes II en overgewicht
Hart- en vaatziekten
Schildklierafwijkingen

Ontsteking van de darm
Tijdens een ontsteking van de darm zullen immuuncellen bacterieremmende stoffen zoals calprotectine, lactoferrine en TumorNecroseFactor alfa8 aanmaken.
● Een verhoging van calprotectine kan duiden op een chronische darmontsteking zoals colitis ulcerosa, darmkanker of een darmbeschadiging door gebruik van NSAID pijnstillers (paracetamol, naproxen, diclofenac, etc.). Ruim 75% van alle gezonde gebruikers had na twee weken verhoogde calprotectinespiegels6.
● Lactoferrine7 wordt geproduceerd door witte bloedlichaampjes in de darm en verhoogt de weerstand tegen ongunstige micro-organismen. Men kan bij de ziekte van Crohn een verhoogde waarde in de ontlasting waarnemen.
● Een toename van TNF-alfa in de ontlasting duidt op ontstekingen zoals de ziekte van Crohn of besmetting met parasieten van de dikke darm7. Ook overgroei met Candida albicans hangt samen met overheersing van de Th1-respons en een toename van TNF-α.
● Beta-defensine wordt alleen in de dikke darm geproduceerd, een stijging duidt op ontsteking.
● Onzichtbare bloedspoortjes van het maag- of darmslijmvlies worden daarom verborgen of occult bloed genoemd en duiden op ontstekingen, poliepen of darmkanker.

IgA
Immunoglobulinen spelen een belangrijke rol in de afweer tegen tal van organismen. Immunoglobuline A, IgA, circuleert in het bloed en beschermt tegen invasie van bacteriën, virussen en parasieten. Secretoir IgA, sIgA, verdedigt de slijmvliezen en stimuleert groei en hechting van gunstige bacteriën. sIgA waarden kunnen worden bepaald via ontlastingsonderzoek. Je ziet tijdens een infectie, ook een keelontsteking een flinke stijging van sIgA in de ontlasting. Een op de honderd personen heeft echter een tekort aan sIgA, de weerstand is dan verlaagd, dit kan chronische infecties tot gevolg hebben. Kinderen die vaak luchtweginfecties9 hebben, moeten worden onderzocht op een sIgA deficiëntie.

glutenintolerantie en t-transglutaminase
Het enzym transglutaminase speelt een grote rol in de darm en kan verhoogd zijn bij ontstekingen, maar ook bij een glutenintolerantie (coeliakie) of glutenintolerantie. Men kan een glutenintolerantie op het spoor komen door anti-t-transglutaminase te bepalen in combinatie met antilichamen tegen gliadine, anti-IgA-antigliadine10. Belangrijke symptomen van een glutenintolerantie bij kinderen zijn: buikpijn, dunne ontlasting, vermoeidheid en bloedarmoede. Lang niet alle coeliakie patiënten hebben darmklachten, bij volwassenen komt zeer vaak de “stille variant” voor. Chronische vermoeidheid, migraine en tal van klachten kunnen door een glutenintolerantie worden veroorzaakt, terwijl men deze niet met een coeliakie in verband brengt. Het is daarom van belang deze ziekte te sporen.

Calprotectine

Calprotectine heeft een bacterieremmende werking en een verhoogde productie en toename in de ontlasting duidt dan ook op een darmontsteking2. Men ziet ook een verhoging bij darmbeschadiging door gebruik van NSAID pijnstillers (naproxen, diclofenac, etc).
1. Men kan de test gebruiken om vast te stellen of de pijnstillers de darm beschadigen.
2. Voor de diagnose Crohn of colitis ulcerosa mag 2 weken voor de test geen pijnstillers worden gebruikt.

 

Waarden
a. Normaal waarde < 50 mg/kg ontlasting.
b. Patiënten met een actieve darmontsteking, colitis ulcerosa, de ziekte van Crohn of irritatie door medicijngebruik hebben waarden hoger12 dan 150 mg/kg.
Men vindt een gemiddelde van 220 mg/kg, met extreem hoge waarden tot 2000 mg/kg ontlasting.
c. Gemiddelde waarde bij darmkanker is 350 mg/kg ontlasting. 

Het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde publiceerden in 200313  een artikel over de waarde van gebruik van de calprotectine test.
De conclusie luidde: Calprotectine is een goede maat voor diagnostiek en monitoring van patiënten met darmontstekingen. De resultaten bevestigden dat calprotectine niet alleen differentieert tussen patiënten met onschuldige darmklachten en ernstige afwijkingen, maar tevens een aanwinst vormt voor het onderscheid tussen actieve en niet-actieve stadia van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.

Bron: Persbericht UMCG 12/8/2010

Eenvoudige screeningstest kan invasief onderzoek bij verdenking op inflammatoire darmziekten reduceren. Met een eenvoudige screeningstest kunnen patiënten, die een grote kans hebben op een inflammatoire darmziekte, geïdentificeerd worden. Hierdoor wordt de noodzaak tot het uitvoeren van kostbare, invasieve en langdurige endoscopieën verminderd. Dit is een van de belangrijke uitkomsten van een studie uitgevoerd door wetenschappers van het UMCG die onlangs is gepubliceerd in het vooraanstaande British Medical Journal.

Het aantal patiënten met inflammatoire darmziekten (ook wel bekend als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) neemt toe, zowel bij kinderen als bij volwassenen. De symptomen bestaan onder andere uit buikpijn, diarree, rectaal bloedverlies en gewichtsverlies. De diagnose wordt gesteld door het verrichten van een endoscopie, waarbij een camera aan het einde van een flexibele buis via de anus naar binnen wordt gebracht om de dikke darm te onderzoeken. Tegelijkertijd worden er kleine stukjes van de binnenbekleding van de darm (biopsieën) verzameld. Deze procedure is kostbaar, invasief en tijdrovend, terwijl de resultaten van het onderzoek frequent negatief zijn.

Calprotectine-bepaling
Een eenvoudige en goedkope screeningstest zou helpen om de patiënten met een hoge waarschijnlijkheid op de ziekte te kunnen aanwijzen, zodat onnodig endoscopisch onderzoek bij andere patiënten kan worden voorkomen. Het meten van de calprotectine concentratie in ontlasting is een kandidaat screeningstest, maar de betrouwbaarheid hiervan bij patiënten met een verdenking op inflammatoire darmziekten was tot nu toe grotendeels onbekend. De UMCG-wetenschappers onderzochten of calprotectine in de ontlasting kan dienen als screeningstest om het aantal patiënten dat een invasieve scopie moet ondergaan te verminderen.

 

Referenties
1. Eckburg PB, Bik EM, Bernstein CN, Purdom  E, Dethlefsen L, Sargent M, Gill SR, Nelson KE, Relman DA Diversity of the human intestinal microbial flora. Science. 2005 Jun 10;308(5728):1635-8. Epub 2005 Apr 14.

2. Laboratorium voor ontlastingsonderzoek. MGlab&Advies. www.MGlab.nl

3. Dendukuri N, Costa V, McGregor M, Brophy JM. Probiotic therapy for the prevention and treatment of Clostridium difficile-associated diarrhea: a systematic review. CMAJ. 2005 Jul 19;173(2):167-70.   

4. Puz S, Innerhofer A, Ramharter M, Haefner M, Hirschl AM, Kovách Z, Rotter M, Makristathis A. A novel noninvasive genotyping method of Helicobacter pylori using stool specimens. Gastroenterology. 2008 Nov;135(5):1543-51. Epub 2008 Aug 19.

5. Sandek A, Bauditz J, Swidsinski A, Buhner S, Weber-Eibel J, von Haehling S, Schroedl W, Karhausen T, Doehner W, Rauchhaus M, Poole-Wilson P, Volk HD, Lochs H, Anker SD. Altered intestinal function in patients with chronic heart failure. SD. J Am Coll Cardiol. 2007 Oct 16;50(16):1561-9. Epub 2007 Oct 1.

6. Tibble JA, Bjarnason I. Fecal calprotectin as an index of intestinal inflammation. I. Drugs Today (Barc). 2001 Feb;37(2):85-96.

7. Sipponen T, Savilahti E, Kolho KL, Nuutinen H, Turunen U, Färkkilä, M. Crohn's disease activity assessed by fecal calprotectin and lactoferrin: correlation with Crohn's disease activity index and endoscopic findings. Inflamm Bowel Dis. 2008 Jan;14(1):40-6.

8. Zhang Z, Mahajan S, Zhang X, Stanley SL. Tumor necrosis factor alpha is a key mediator of gut inflammation seen in amebic colitis in human intestine in the SCID mouse-human intestinal xenograft model of disease. Jr. Infect Immun. 2003 Sep;71(9):5355-9.

9. James-Ellison MY, Roberts R, Verrier-Jones K, Williams JD, Topley N. Mucosal immunity in the urinary tract: changes in sIgA, FSC and total IgA with age and in urinary tract infection. Clin Nephrol. 1997 Aug;48(2):69-78.

10. Niveloni S, Sugai E, Cabanne A, Vazquez H, Argonz J, Smecuol E, Moreno ML, Nachman F, Mazure R, Kogan Z, Gomez JC, Mauriño E, Bai JC. Antibodies against Synthetic Deamidated Gliadin Peptides as Predictors of Celiac Disease: Prospective Assessment in an Adult Population with a High Pretest Probability of Disease. Clin Chem. 2007 Sep 27.

11. Preuss HG, Echard B, Enig M, Brook I, Elliott TB. Minimum inhibitory concentrations of herbal essential oils and monolaurin for gram-positive and gram-negative bacteria. Mol Cell Biochem. 2005 Apr;272(1-2):29-34.

12. F Costa1, M G Mumolo1, L Ceccarelli1, M Bellini1, M R Romano1, C Sterpi1, A Ricchiuti1, S Marchi1 Calprotectin is a stronger predictive marker of relapse in ulcerative colitis than in Crohn’s disease Gut 2005;54:364-368

13. van den Bergh FA, Kolkman JJ, Russel MG, Vlaskamp RT, Vermes I.  [Calprotectin: a fecal marker for diagnosis and follow-up in patients with chronic inflammatory bowel disease]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2003 Nov 29;147(48):2360-5.
[Article in Dutch]

 

 

 

Pagina Top arrow