Koolhydraatarm

Koolhydraatarm.
Saskia van As

Bij de bakker staat een reclamebord op de stoep, met grote letters is er op geschreven: koolhydraatarm brood. Slim, want de mens wakker geschut door dagelijkse tv programma´s over overgewicht, begint zich zorgen te maken over koolhydraten. Nederland is een dik land geworden, te veel dikke volwassenen en kinderen.
Het doet me denken aan de 60er jaren toen luid werd verkondig “de vetten moeten uit het dieet.” Vet was slecht, het zou hartziekten veroorzaken. Het ongenuanceerd weglaten van vetten pakte ongunstig uit: het aantal hart- en vaatziekten steeg de pan uit. Achteraf bleken er ook goede vetten zijn,  omega-3, 6 en 9 essentiële vetzuren die grote rol spelen in de gezondheid. In de afgelopen decennia heeft de overconsumptie van zetmeelrijke producten en suiker grote schade aangericht door hoge insulinespiegels te veroorzaken. Zakelijk gezien is het slim om koolhydraatarm brood aan te bieden, wetenschappelijk gezien incorrect. De term koolhydraatarm is, te vergelijken met vetarm niet juist, daar vezels ook koolhydraten zijn.

Zetmeel versus koolhydraat.
Voeding bestaat uit 3 verschillende stoffen: vet – eiwit – koolhydraat.
Koolhydraten zijn suikers opgebouwd uit
enkele moleculen
dubbele ketens
lange ketens.
oplosbare koolhydraten (zetmeel)
oplosbare en onoplosbare vezels
glucose en tientallen andere suikers: fucose, mannose, xylose etc.

Glucose
Veel mensen hebben tafelsuiker uit het dieet geweerd, ongemerkt krijgen zij toch te veel glucose naar binnen. Aan kant en klare producten, soepen, bonen en vleeswaren is kristalsuiker toegevoegd - ook “natuurvoedingsproducten” worden bereid met maltose, glucose, fructose en honing.
Maar nog veel meer glucose komt naar binnen via consumptie van zetmeel dat voor 100% uit glucose bestaat. Zetmeel is opgebouwd uit ketens van minimaal drieduizend glucosemoleculen, die vrijkomen in de darm en worden opgenomen in het bloed. Men spreekt vaak over langzame en snel zetmeel – dit onderscheidt heeft betrekking op de stijging van de bloedsuikers – niet op het totale hoeveelheid glucose die er per dag naar binnenkomt.

Essentiële suikers.
Suiker is een verwarrend woord daar het synoniem is geworden aan kristalsuiker (glucose-fructose). Er zijn tal van essentiële suikers; glucosamine een suiker die wordt gebruikt voor herstel van de gewrichten is daarvan een goed voorbeeld.
Fructose is niet essentieel want het kan door het lichaam worden geproduceerd.
Dieren en de mensen die in de natuur leven, consumeren veel essentiële suikers door wilde paddestoelen, zaden, zeewier en zelfs boombast, te eten deze vormen de bron van essentiële suikers. In het lichaam functioneren deze suikers als receptoren en spelen een belangrijke rol in de gezondheid van slijmvliezen, vaatwanden en zenuwstelsel. De 8 belangrijke suikers op een rijtje:
1. Mannose is rijkelijk aanwezig in Aloë vera, linzen en fenegriekzaad.
2. Galactose aanwezig in fenegriek en melk, speelt een belangrijke rol speelt in wondgenezing.
3. Fucose, is aanwezig in paddestoelen en zenuwverbindingen.
4. Xylose is een bacterieremmer, doordoor gebruikt in kauwgum
5. N-acetylgalactosamine wordt gebruikt door dikke-darmparasieten voor hechting
6. N-acetylglucosamine aanwezig in kraakbeen en garnalen schalen, het bouwt slijmvlies en kraakbeen op.
7. Sialinezuur rijkelijk aanwezig in moedermelk en wei, bouwstof van mucines.
8. Glucose vormt oa. cellulose en glucanen, bestanddeel van de wand haver, paddestoelen

Vezels:
Er zijn veel verschillende soorten vezelgroepen, veel maar niet alle bestaan uit suikers.
Cellulose is een plantaardige vezel dat is opgebouwd uit lange ketens glucose, deze komen niet vrij in de dunne darm. Zij bereiken de dikke darm waar zij dienen als voeding voor de goede darmbacteriën en de darmwand.
Beta-glucaan is opgebouwd door glucose moleculen. Medicinale paddestoelen die rijk zijn aan deze stof; boombast van de lariks, maar ook wortel, radijs, zwarte bonen, peer, tomaat, kokosnoot, curcuma longa en salie bevatten arabinogalactaan een stof die het immuunsysteem versterkt.
De aardpeer is rijk aan fructoseketens – inuline.  
Inositol een stof die veel op glucose lijkt, vindt men rijkelijk is de sojaboon. Het is een van de belangrijkste stoffen in het lichaam, daar een groot deel van de celmembraan uit inositol bestaat. Consumptie versterkt immuuncellen en verlaagt de bloedsuikergehaltes van diabetespatiënten. Gebruik van inositol kan het polycysteuze-ovariasyndroom gunstig beïnvloeden.

Hoeveelheden koolhydraat
De plant bevat eetbaar delen: de wortelstok, stengel, bladeren, bloem en zaad.
Van oorsprong is de mens een bladeter, daar planten groot deel van het jaar beschikbaar zijn. Het groenen blad bevat mineralen, veel magnesium en calcium, chlorofyl (goed voor ontgifting) en foliumzuur, de stof die niet allen het ongeboren kind beschermd maar ook het DNA van de volwassen mens.
Planten, struiken en bomen vormen eetbare zaden, men kan ze indelen in: zaadjes, noten, bonen, fruit en graan. Zaden kunnen giftig zijn, sommige zaden kunnen rauw gegeten worden.
Text Box:  In de natuur leeft de planteter en de mens(achtigen) slechts beperkt van zaden en fruit daar dit voedsel niet het hele jaar door beschikbaar is. Zaden bevatten zowel zetmeel als vezels. De kwaliteit van een maaltijd wordt bepaald door de verhouding tussen deze twee vormen van koolhydraat (gunstig is 1 op 1)
De plant eetbare plant:
Bladeren ( groene groenten): 1 gram glucose per ons en 3 gram vezel.
Knollen, bijvoorbeeld bietjes: 7 gram glucose per ons en 6 gram vezel.
De zaadjes, lijnzaad bevatten 9 gram per ons en 28 gram vezel.
 “Wild” fruit bramen: bevatten 7 gram suiker en 7 gram vezel.
Graan bevat gemiddeld 60- 75 gram glucose per ons 3-5 gram vezel.

Alleen met graan komt men verkeerd uit.
Men eet in Nederland gemiddeld maximaal 150 gram groenten per dag – dat komt overeen met 1 tomaat of 4 worteltjes, men eet nog minder bladgroen. Foliumzuur en chlorofyl beschermen het lichaam tegen de schadelijke effecten van chemische voedseladditieven. De chlorofylmetaboliet fytaanzuur kan diabetes en overgewicht voorkomen (12).

Graan.
De vroege mens en apen zijn voornamelijk planteters. De menselijke genen zijn als drie  miljoen jaar nauwelijks veranderd; er is slechts 1.4% DNA-verschil met de chimpansee. Het spijsverteringssysteem van de mens heeft zich ontwikkeld op basis van een specifiek voedingspatroon. Zij voornamelijk aten bladgroen en knollen
Pas 8 duizend jaar geleden is men begonnen gewassen te verbouwen, maar sindsdien is het spijsverteringsysteem niet veranderd. Ook in de tuinbouw heeft men te maken met seizoenen. Bladgroen en koolsoorten zijn beschikbaar gedurende een groot deel van het jaar: vruchtgroenten, zaden, noten, bonen en fruit zijn slechts een beperkt deel van het jaar beschikbaar. Pas sinds 30 jaar liggen deze oogstproducten hele jaar door in de winkel.

De mens eet geen gras en heeft gedurende zijn miljoenen jaren ontwikkeling nooit graszaden  gegeten. Alle graan behoort tot graszaden (behalve boekwiet) en is niet rauw te verteren. Graan kan slechts een maal per jaar worden verzameld en moet worden geoogst. Graan is niet rauw eetbaar zij moeten worden gekookt of gemalen, gekneed en gefermenteerd met speciale gistcultures en gebakken. De primitieve mens at knollen, deze zijn gemakkelijker te bewaren en rauw te eten.

Zetmeel
Zetmeel is voor 100% opgebouwd uit glucose. Granen bevatten zeer veel zetmeel. Een tarwe bevat 60 gram glucose, dus 60 maal zoveel als bladgroen. Rijst bestaat voor 75% uit glucose. Een ons rijst bevat dus meer glucose dan een ons tafelsuiker.
De moderne mens is een graaneter geworden. Wereldwijd wordt rijst en tarwe gegeten. Vooral in Nederland staat er meerdere malen per dag brood op tafel. Ook staan pasta en rijst enkele malen per week op het menu en worden dagelijks koekjes, muesli en crackers gegeten.
Daarnaast worden ook suikerrijke producten, sappen, snoep en chips geconsumeerd.  Industrieel bewerkt voedsel bevat weinig nutriënten, maar bovendien ook verzadigd en beschadigd vet; deze combinatie veroorzaakt ernstige problemen.

Overgewicht:
Overgewicht, diabetes en kanker ontstaat enerzijds door overconsumptie van zetmeel- en suikerrijke producten en anderzijds door gebrek aan bladgroen en vezels. Diabetes II, de zg ouderdomsdiabetes, die op steeds jongere leeftijd voorkomt, wordt gekenmerkt door een stijging van insuline en een toename van lichaamsvet.
Amerikaanse hartstichting definieert Diabetes II als een vaatziekte, zij beschouwen de stijging van de bloedsuikers een late complicatie1. Men kan voor de diagnose dus niet op de bloedsuikers afgaan, wel op metingen van serum insuline.
Stijging van insuline in het bloed speelt een belangrijke rol in versnelde veroudering, blindheid, nierziekten, dementie, kanker en cysten in de ovaria. Schizofrenie en depressie komen vier maal vaker voor bij diabetespatiënten.

Resistentie:
Door overconsumptie van zetmeel wordt de cel ongevoelig, resistent, voor insuline èn glucose. De enzymen die onder normale voor het glucosetransport langs de celmembraan reguleren, zorgen ervoor dat er niet teveel glucose de cel binnenkomt.  Dit is een natuurlijk verdedigingsmechanisme; de cel zal er alles aan doen glucose buiten te sluiten, want een toename van intracellulaire glucose zal de mitochondria beschadigen. Door het gebrek aan respons stijgen de insulinespiegels. De overtollige suikers worden opgeslagen in de vetcel, hierdoor ontstaat overgewicht.
Fruit vooral vruchtensappen zijn minder gezond dan men denkt. Ook consumptie van fructose - aanwezig in suiker, fruit, honing en fructose(siroop) veroorzaakt overgewicht. De instroom van fructose in de lever, verstoort de glucoseopname en bevordert insulineresistentie. Hierdoor neemt de productie van triglyceriden en schadelijke lipoproteïne deeltjes in het bloed toe(15). 

Darmklachten
Door voedsel van grote dichtheid te consumeren: vet, eiwit en granen, ontstaan vaak klachten.
Overgewicht en diabetes doen ontstekingsstoffen in de darm stijgen.
Veel mensen hebben door een te eenzijdig dieet voedselallergieën gekregen.
Parasieten in de darm worden in de groei gestimuleerd door opname van glucose.
Gebrek aan vezels en voedsel rijk aan essentiële suikers, zorgt voor een afname van vetzuren en afname van de verdediging van de slijmlaag.

Dieet
Advies:

  • Vervang zetmeelrijke producten zoals brood en rijst door groenten, knollen, vis, shii-take, en in beperkte mate door peulvruchten zoals tuinbonen, erwtjes, linzen en soja (indien niet allergisch voor soja).
  • Gebruik bladgroen twee maal per dag een half pond.
  • Eet voldoende vette vis en essentiële vetzuren. Eet tijdens de zwangerschap alleen vis uit biologische kwekerijen
  • Gebruik fruit van een laag suikergehalte (bramen en bessen) en geen sapjes.
  • Elimineer alle chemische producten en eet biologisch geteelde producten.
  • Zorg dat de maaltijd dagelijks 50 of meer gram vezels bevat.
  • Voeg essentiële suikers toe: aloë vera (10), shii-take, zeewier en fenegriekzaad (11).
  • Drink veel schoon water.
  • Gebruik voedsel dat rijk is aan ontstekingsremmers; specerijen en kruiden bieden bescherming: geelwortel, knoflook, oregano, etc.
  • Sylimarine beschermt niet alleen de lever, maar ook de pancreas (13).

Alleen een dieet van groenten, zaden en vis en peulvruchten en eliminatie van overtollig zetmeel en toxische voedingsadditieven kan onze nakomelingen van het dreigende overgewicht redden.

1.Heather West Greenlee M, Uemura E, Carpenter SL, Doyle RT, Buss JE. Glucose uptake in PC12 cells: GLUT3 vesicle trafficking and fusion as revealed with a novel GLUT3-GFP fusion protein. J Neurosci Res. 2003 Aug 15;73(4):518-25.
2. Castle A, Yaspelkis BB 3rd, Kuo CH, Ivy JL.Attenuation of insulin resistance by chronic beta2-adrenergic agonist treatment possible muscle specific contributions. Life Sci. 2001 Jun 22;69(5):599-611.
3. Andersson AM, Skakkebaek NE.Exposure to exogenous estrogens in food: possible impact on human development and health. Eur J Endocrinol. 1999 Jun;140(6):477-85.
4. Kuiper HA, Noordam MY, van Dooren-Flipsen MM, Schilt R, Roos AH.Illegal use of beta-adrenergic agonists: European Community. J Anim Sci. 1998 Jan;76(1):195-207.
5. Beuret CJ, Zirulnik F, Gimenez MS.Effect of the herbicide glyphosate on liver lipoperoxidation in pregnant rats and their fetuses. Reprod Toxicol. 2005 Mar-Apr;19(4):501-4.
6.
Hokanson R, Miller S, Hennessey M, Flesher M, Hanneman W, Busbee D.Disruption of estrogen-regulated gene expression by dioxin: downregulation of a gene associated with the onset of non-insulin-dependent diabetes mellitus (type 2 diabetes).
Hum Exp Toxicol. 2004 Dec;23(12):555-64.
7. Weitzman M, Cook S, Auinger P, Florin TA, Daniels S, Nguyen M, Winickoff JPTobacco smoke exposure is associated with the metabolic syndrome in adolescents. Circulation. 2005 Aug 9;112(6):862-9. Epub 2005 Aug 1.
8. Kihara T, Matsuo T, Sakamoto M, Yasuda Y, Yamamoto Y, Tanimura T.Effects of prenatal aflatoxin B1 exposure on behaviors of rat offspring. Toxicol Sci. 2000 Feb;53(2):392-9.
9. El-Serag HB.J Clin Gastroenterol. 2002 Nov-Dec;35(5 Suppl 2):S72-8. Hepatocellular carcinoma: an epidemiologic view.
10. Rajasekaran S, Sivagnanam K, Subramanian S.Modulatory effects of Aloe vera leaf gel extract on oxidative stress in rats treated with streptozotocin. J Pharm Pharmacol. 2005 Feb;57(2):241-6.
11.  Kumar GS, Shetty AK, Salimath PVModulatory effect of fenugreek seed mucilage and spent turmeric on intestinal and renal disaccharidases in streptozotocin induced diabetic rats. . Plant Foods Hum Nutr. 2005 Jun;60(2):87-91.
12. Fierens S, Mairesse H, Heilier JF, De Burbure C, Focant JF, Eppe G, De Pauw E, Bernard A. 6. Lioi MB, Scarfi MR, Santoro A, Barbieri R, Zeni O, Di Berardino D, Ursini MVGenotoxicity and oxidative stress induced by pesticide exposure in bovine lymphocyte cultures in vitro.Mutat Res. 1998 Jul 17;403(1-2):13-20.
13.Soto C, Mena R, Luna J, Cerbon M, Larrieta E, Vital P, Uria E, Sanchez M, Recoba R, Barron H, Favari L, Lara A.Silymarin induces recovery of pancreatic function after alloxan damage in rats.
Life Sci. 2004 Sep 17;75(18):2167-80.

14. Ozkan Y, Yilmaz O, Ozturk AI, Ersan Y.Effects of triple antioxidant combination (vitamin E, vitamin C and alpha-lipoic acid) with insulin on lipid and cholesterol levels and fatty acid composition of brain tissue in experimental diabetic and non-diabetic rats. Cell Biol Int. 2005 Aug 8
15. Basciano H, Federico L, Adeli K.Fructose, insulin resistance, and metabolic dyslipidemia. Nutr Metab (Lond). 2005 Feb 21;2(1):5.

    Koolhydraat komt voor in verschillende vormen


O               monosacchariden, enkelvoudige suikers (8 essentiële suikers)
O-O           disachariden, dubbele suikerbinding : tafelsuiker, melksuiker, maltose
O-O-O      polysacchariden, zetmeel oplosbare ketens > 3.000 glucose mol, vertakt en onvertakt
Ő-Õ-Ô      polysaachirden korte of lange ketens van essentiële niet-essentiële suikers
O=O=O     polyschhariden onoplosbare glucoseketens, vezels zoals cellulose
Pagina Top arrow