Prikkelbare darm en besmetting met parasieten

PDS en alarmsignalen
De diagnose PrikkelbaarDarmsyndroom, PDS, wordt in Nederland gesteld op basis van een aantal kenmerkende klachten, de zg. Rome II criteria. De symptomen van PDS zijn: klachten die langer  dan 3 maanden bestaan, vaker per dag ontlasting of slechts enkele keren per week, winderigheid, een opgezette buik, buikpijn, slijm en/of bloed bij de ontlasting.
Tot PDS-klachten behoren ook alarmsignalen zoals bloed en slijm bij de ontlasting. De richtlijnen geven echter aan dat wanneer er slechts 1 alarmsignaal is, er nog geen reden is de patiënt inwendig te laten onderzoeken door middel van een scopie. Ernstige aandoeningen zijn darmkanker en darmontstekingen: colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Deze ziekten komen voor bij 2 personen per 1000.
Het voorkomen van een glutenintolerantie, coeliakie, wordt in Nederland geschat op  1:200 personen. Echter bij darmklachten is de kans op coeliakie is 10 maal hoger dan gemiddeld.
In Nederland1 verwijzen huisartsen 7% van de patiënten met chronische buikklachten naar een specialist.

Te weinig diagnostiek
Lang niet alle artsen kennen de Rome-criteria. Een recent onderzoek geeft aan dat 80% van de Engelse2 huisartsen de Rome-criteria niet kent en slechts 4% er gebruik van maakt. Van de Europese huisartsen, ook in Nederland, kende 77% geen van de diagnostische criteria. Daarnaast blijken de Rome II criteria buitengewoon ongevoelig te zijn.
De auteurs van het PDS artikel gepubliceerd in het Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde3, schreven in 2010 dat het verrichten van aanvullend onderzoek de ongerustheid van patiënten zou vergroten. Zij refereren aan het artikel van Fritzpatrick, die eigenlijk het tegendeel beweert. Wanneer onderzoek plaatsvindt en de arts aan de patiënt slechts meedeelt dat er niets aan de hand is, zonder uitleg van onderzoeksresultaten, dan ervaart de patiënt dit als een ontkenning van de problemen; 34% van de patiënten maakt zich zorgen omdat de testresultaten niet afdoend zijn besproken. Hij schrijft dat het geruststellen vaak faalt. Fritzpatrick wijt dat aan slechte communicatie, niet aan het onderzoek.

Aanvullend onderzoek
Het PrikkelbaarDarmsysndroom komt voor bij 10–20% van de bevolking.
Wat is de oorzaak dat zoveel mensen buikklachten hebben? En welke onderzoeken zijn zinvol? Wat betekent PDS?
De PDS-diagnose mag worden gesteld wanneer per uitsluitsel (per exclusionem) alle mogelijke oorzaken zijn onderzocht en negatief zijn bevonden. Dat staat lijnrecht tegenover het concept dat PDS gesteld mag worden op basis van de Rome II criteria en er geen onderzoek nodig is.
Onderzoekers concluderen dat er geen aanwijzingen zijn dat er door het geringe aantal verwijzingen op grote schaal ernstige aandoeningen worden gemist.
Nederlandse artsen missen geen ernstige aandoeningen door weinig scopieën uit te voeren, daar het percentage patiënten dat een darmontsteking of darmkanker heeft zeer laag is.  Maar, is het de taak van de arts om alleen ernstige aandoeningen op te sporen? Of om, waar mogelijk, de oorzaak van lijden op te sporen om op die wijze de gezondheid te herwinnen of de kwaliteit van het leven te verbeteren?

Biologische markers bij chronische darmklachten verdacht op PDS
Door middel van ontlastingsonderzoek kan bij een groot aantal patiënten met PDS-achtige klachten een oorzaak worden gevonden. Zolang niet alle mogelijke oorzaken zijn uitgesloten kan men spreken van darmklachten door een onbekende oorzaak.
Chronische darmklachten kunnen duiden op ziekte: verteringsproblemen, gal-pancreas afwijkingen, lactose-, fructose-4, sorbitol-intolerantie, voedselallergieën5, zetmeel overconsumptie6, bacteriële overgroei, coeliakie, schildklieraandoeningen, een maagzweer of zwakte van de bekkenbodemspieren. Een van de belangrijkste oorzaken is een besmetting met parasieten.
Van gemiste diagnoses bij PDS-klachten zijn genoeg voorbeelden te vinden.
Een gorilla, bewoner van een dierentuin, die meer dan 6 jaar aan “PDS” leed, bleek besmet te zijn met Dientamoeba fragilis; na behandeling waren de klachten verdwenen7.
Bij 3.23% van de onderzochten met PDS-klachten werd de diagnose coeliakie gemiddeld pas 13 jaar na het ontstaan ontdekt. Wetenschappers die misdiagnose onder huisartsen8 onderzochten, concludeerden dat diarree en "pijnvermindering na defecatie'', coeliakie gerelateerde klachten zijn, maar dat slechts 26% van de artsen dacht aan deze diagnose.

Parasitologisch onderzoek
Besmetting met eencellige parasieten komen vaak voor in Nederland. Vaak veroorzaken zij “typische” PDS-klachten.

1) Dientamoeba fragilis is een pathogeen organisme dat snel afsterft buiten het lichaam. De TFT en qPCR zijn ontwikkeld om deze parasiet aan te tonen. Bij mensen met darmklachten blijkt 17-37% besmet met Dientamoeba fragilis9.

2) Giardia lamblia. In de huisartsenpraktijk had 14.6% van de patiënten met klachten Giardia lamblia; 80.5% ontwikkelde postinfectieuze PDS na een infectie met Giardia lamblia10 en 57.7% een voedselintolerantie.
3) Blastocystis hominis. Theo Mank1 onderzocht patiënten met darmklachten de huisartsenpraktijk; bij 25.7% werd Blastocystis hominis aangetoond. Blastocystis hominis was bij 73% van de PDS11-patiënten met diarree aanwezig, (27% in de controle groep). Blastocystis hominis wordt beschouwd als apathogeen in de zin dat dit organisme geen darmontsteking zou veroorzaken. De parasiet verhoogt echter pro-infectie cytokinen zoals interleukine-812. Yakoob13 en partners geven echter aan dat klachten veroorzaakt door zowel Dientamoeba fragilis als Blastocystis hominis besmetting onder PDS-criteria vallen.

 

pds

Tal van onderzoekers benadrukken het belang van vroege diagnostiek14
Patiënten met darmklachten brengen enorme directe en indirecte kosten met zich mee en, niet te vergeten, zijn geschaad door sociale beperkingen en een verlies aan levensvreugde.
Bij darmklachten denkt men in eerste instantie aan ontlastingsonderzoek. Dit is aantoonbaar kostenbesparend, verkort het ziektetraject en is niet-invasief. Ook heeft men niet te maken met wachttijden.

 

Mogelijke oorzaken voor PDS-klachten:
- Koolhydraat-intolerantie
- Voedselallergieën
- Blastocystis hominis
- Dientamoeba fragilis
- Giardia lamblia
- Melksuiker-, lactose-intolerantie
- glutenintolerantie, coeliakie
- Bacteriële overgroei, Candida spp.
- Darminfectie (Campylobacter, Yersinia, Clostridium, Salmonella, Shigella)
- Diabetes
- Schildklieraandoening
- Pancreas insufficiëntie
- Galproblemen
- Colitis ulcerosa
- Ziekte van Crohn
- Bijwerking medicatie
- Gebruik van laxerende middelen
- Endometriose
- Nier insufficiëntie
prostaglandinen, diuretica, magnesium bevattende antacida)
- Endocriene aandoeningen
- Psychiatrische aandoeningen (depressie, angst, paniekstoornissen,)
- Acute intermitterende porfyrie
- Loodvergiftiging

  

 

 

 

 


Referenties.

1. Kostopoulou O, Devereaux-Walsh C, Delaney BC.
Missing celiac disease in family medicine: the importance of hypothesis generation. Med Decis Making. 2009 May-Jun;29(3):282-90. Epub 2009 Mar 6.

2. Lankester F, Kiyang JA, Bailey W, Unwin S. Dientamoeba fragilis: initial evidence of pathogenicity in the western lowland gorilla (Gorilla gorilla gorilla). J Zoo Wildl Med.
3. Henriëtte E. van der Horst,  Petra Jellema, Daniëlle A. van der Windt  en  François G. Schellevis Stand van zaken Prikkelbaredarmsyndroom: criteria én klinische blik
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1871
4. Fernández-Bañares F, Esteve M, Viver JM. Fructose-sorbitol malabsorption. Curr Gastroenterol Rep. 2009 Oct;11(5):368-74.

5. Petitpierre M, Gumowski P, Girard JP. Irritable bowel syndrome and hypersensitivity to food. Ann Allergy. 1985 Jun;54(6):538-40.

6. Jarrett M, Heitkemper MM, Bond EF, Georges J. Comparison of diet composition in women with and without functional bowel disorder. Gastroenterol Nurs. 1994 Jun;16(6):253-8.

7 gorilla

8. Kostopoulou O, Devereaux-Walsh C, Delaney BC.
Missing celiac disease in family medicine: the importance of hypothesis generation. Med Decis Making. 2009 May-Jun;29(3):282-90. Epub 2009 Mar 6.

 

1. Lea R, Hopkins V, Hastleton J, Houghton LA, Whorwell PJ. Diagnostic criteria for irritable bowel syndrome: utility and applicability in clinical practice. Digestion. 2004;70(4):210-3. Epub 2004 Dec 21.

9. Schuster H, Jackson RS. Prevalence of Dientamoeba fragilis among patients consulting complementary medicine practitioners in the British Isles. J Clin Pathol. 2009 Feb;62(2):182-4. Epub 2008 Oct 24.

10. Hanevik K Dizdar V, Langeland N, Hausken T. Development of functional gastrointestinal disorders after Giardia lamblia infection. BMC Gastroenterol. 2009 Apr 21;9:27.

 

 

Referenties

 

2010 Jun;41(2):350-2.

7. Campbell AK, Matthews SB, Vassel N, Cox C, Naseem R, Chaichi J, Holland IB, Green J, Wann KT.

10. T. Mank, J, Zaat, J, Eijk, A. Polfermann, en A Deelder. Persistent diarrhea in a general population in the Netherlands, prevalence of protozoal and other intestinal infections IX International Congress of Parasitology 24-28 August 1998,

11. Yakoob J, Jafri W, Beg MA, Abbas Z, Naz S, Islam M, Khan R.
Irritable bowel syndrome: is it associated with genotypes of Blastocystis hominis. Parasitol Res. 2010 Apr;106(5):1033-8. Epub 2010 Feb 23.

12. Puthia MK, Lu J, Tan KS. Blastocystis ratti contains cysteine proteases that mediate interleukin-8 response from human intestinal epithelial cells in an NF-kappaB-dependent manner. Eukaryot Cell. 2008 Mar;7(3):435-43. Epub 2007 Dec 21.

13. Yakoob J, Jafri W, Beg MA, Abbas Z, Naz S, Islam M, Khan R.
Blastocystis hominis and Dientamoeba fragilis in patients fulfilling irritable bowel syndrome criteria. Parasitol Res. 2010 Aug;107(3):679-84. Epub 2010 Jun 8.

14. Halpert AD. Importance of early diagnosis in patients with irritable bowel syndrome. Postgrad Med. 2010 Mar;122(2):102-11.

 

 

 

 

Pagina Top arrow