Verteringsparameters

Verteringsparameters
a. De pH is de zuurtegraad van de ontlasting                           → Test pH
Een pH van 6 tot 6.8 is gezond. Een hoge, een alkalische pH ontstaat door een gebrek aan afbraakproducten van vezels, zuurvormende bacteriën zoals bifidobacteriën, lactobacillen  en bacteroïden.
Een hoge pH hangt vaak samen met rotting en een gebrek aan plantvezels.
 Een lage pH duidt op verzuring, soms een zetmeeloverbelasting.

b. Spijsvertering. De ontlasting bevat onverteerd voedsel    → Test vertering
Voedselrestanten in de ontlasting kunnen aanwezig zijn door dat er niet goed wordt gekauwd, het speeksel moet zich mengen met de voedselbrij.
Gebrek aan maagzuur.
Bij een versnelde darmpassage kan de oorzaak liggen een infectie, candida overgroei of voedselallergie (ook misbuik van laxeermiddelen).

c. De ontlasting is vettig of bevat zetmeel                                 → Test vertering
1. Verhoogde vetuitscheiding
Gebrekkige voedselopname of onvoldoende vertering. Dit beeld past het bij:
i. pancreas insufficiënte: zeer hoog vetgehalte                               
ii. gebrek aan maagzuur                               
iii. galklachten, pijn rechter bovenbuik na eten van vet
Bij een maagzuurgebrek merkt men dat het voedsel lang in de maag aanwezig blijft en dat men snel vol is. Door een maagzuur gebrek wordt de pancreas minder aangezet tot productie van enzymen en neemt de vertering af. Ook worden schadelijke bacteriën in mindere mate gedood.
2. Hoog zetmeelgehalte van de ontlasting
i. Meestal wordt dit veroorzaakt door het dieet, brood, pasta rijst etc.
ii. Veel mensen hebben een koolhydraat (zetmeel) intolerantie.

d. Structuur is brijachtig, gasvormend
Dit beeld past bij een opgezette buik en winderigheid en kan veroorzaakt worden door Candida-overgroei, daling darmflora, eencellige darmparasieten of voedselallergieën.
1. Besmetting met eencellige darmparasieten:                              
Een wisselend ontlastingspatroon:
Is er een relatie met bezoek aan het buitenland of risico beroep?
Zij er andere familieleden met klachten?                 
Dientamoeba fragilis en Blastocystis hominis                                 → Test op parasieten
2. Daling van de gezonde darmflora na gebruik                               → Test darmflora
van antibiotica.                                                                     
3. glutenintolerantie                                                                                → Test op glutenintolerantie
Nemen klachten toe bij het eten van brood?
Heeft men buikpijn, hooikoorts of eczeem?             
Komt er coeliakie voor in de familie?                                   

Pagina Top arrow