Ontgifting: Vervolg deel 3 

Ontgifting: Vervolg deel 3   

Inleiding: Peptiden in de darm.

Het epitheel van de dunne darm heeft verschillende functies. Het heeft tot taak voedsel op te nemen en ongewenste stoffen buiten te sluiten. De epitheelcellen worden voortdurend vervangen door cellen die uit de cryptcellen omhoog groeien.
Niets in het lichaam wordt aan het toeval overgelaten. Cellen kunnen pas delen of hun functie uitoefenen wanneer zich een boodschapper aan de cel hecht. Deze informatieoverdracht vindt plaats door peptiden.
Een peptide is een korte reeks met elkaar verbonden aminozuren die boodschappen kunnen van de ene cel naar de andere kunnen overbrengen. Zij bevatten per definitie minder dan 100. Groeifactoren, cytokinen en hormonen zoals insuline, schildklierhormoon en serotonine zijn peptiden.
Peptiden worden op 2 verschillende manieren geproduceerd. Zij ontstaan uit een precursor, een speciale inactieve stof die tot doel heeft geactiveerd tot peptide te worden, veel hormonen op die manier gevormd. Ook kunne zij ontstaan celmembranen, hemoglobine, albumine en cytochromen, die in stukjes worden geknipt, een voorbeeld is hemorfine dat uit hemoglobine gevormd wordt, deze stof behoort tot de opiaten die in ons lichaam aanwezig zijn.

De cryptcellen in de darm, zijn niet alleen voorlopers van het darmepitheel, maar ook van endocriene cellen. De darm heeft net als de pancreas een endocriene functie en produceren allerlei stoffen, die zowel de maag en de darm beïnvloeden. Een van de eerste peptiden die werd ontdekt rond 1900, is een stof die de darm uitscheidt wanneer het in aanraking komt met pancreassap, het werd secretine genoemd.  Later bleek dat de darm nog meer stoffen maakt zoals cholecystokinine ( CCK). Deze stof heeft te maken met gevoel vol te zijn en geen eetlust meer te hebben.

Peptiden die in de darm gevormd worden, zorgen ervoor dat niet alleen verschillende delen van het spijsverteringskanaal met elkaar kunnen communiceren, maar ook op afstand informatie wordt overgedragen. Signalen die van de ene cel naar de andere cel worden overgebracht, worden ingedeeld in: autocrien en paracrien voor plaatselijke overdracht en endocrien informatieoverdracht op langere afstand.

Hersenpeptiden of  neuropeptiden worden gevormd in de hypofyse en hypothalamus. Bepaalde peptiden worden geproduceerd in de amygdala, het centrum van emoties, wanneer wij dit centrum prikkelen ontstaan er herinneringen die gepaard gaan met lachen, huilen of boosheid. De Locus coeruleus is het plezier centrum, wanner men dit prikkelt hoeft men niet te eten of slapen en gaat men heel druk plezier maken, amfetaminen werken op dit centrum in.
Peptiden die bij de emoties horen komen vrij en reizen door het lichaam, zodat de emoties overal in het lichaam voelbaar zijn.
Het is zeer opmerkelijk dat de neuropeptides niet alleen in de hersenen gemaakt worden maar ook in de darm, de darm maken bijvoorbeeld serotonine, melatonine en opiaten. En omgekeerd de hersenen maken typische darmpeptiden: VIP, secretine en CCK.
Niet alleen de hypofyse naar ook de darmcellen en zelfs de macrofagen produceren het corticotropine-releasing hormoon, dat plaatselijk de reactie op infecties stimuleert(60).

Hoe de informatie uitwisseling precies plaats vindt weten wij nog niet. Peptiden kunnen de bloed-hersen barrière niet passeren. De darm is met de hersenen verbonden door de nervus vagus, deze bestaat voor 90% uit efferente vezels. Dat wil zeggen dat informatieoverdracht vanuit de darm naar de hersenen toe via zenuwen plaatsvindt. Er is heel veel minder informatie van de hersenen naar de darm, het is niet dus waarschijnlijk dat de hersenen de darm controleren via zenuwbanen. Contact van de hersenen naar de darm verloopt voornamelijk via de bloedbaan door middel van peptiden, die in de hypofyse en hypothalamus worden geproduceerd.
Het immuunsysteem bevat alle bekende peptiden en receptoren. Zo produceren lymfocyten bijvoorbeeld endorfines.  Het immuunsysteem draagt door middel van peptiden informatie en emoties door het lichaam en wordt wel de drijvende hypofyse genoemd.

De receptor functie
Peptiden kunnen alleen via een toegangscode een boodschap doorgeven. Informatie overdracht vindt plaats via een receptor, deze zijn vrij specifiek en behoren bij een bepaalde peptide. Soms hebben peptiden zoveel gemeen dat zij dezelfde receptor kunnen gebruiken.
Gastrine en CCK kunnen bijvoorbeeld dezelfde receptor gebruiken. Ook antagonisten passen op een receptor, Bombesine bijvoorbeeld blokkeert CCK.

De receptor is opgebouwd uit 3 delen, het heeft altijd een deel dat naar buiten uitsteekt, een deel dat in de membraan is verankert en een deel dat binnen de cel uitkomt. Er bestaan echter talloze verschillende receptorstructuren.
Ik zal twee voorbeelden noemen. De epitheel groei factor receptor, EGFr, in de dunne darm kan EGF of TGF binden, daarna gaan peptide en receptor samen de cel binnen. De peptide wordt er dan afgehaald. De receptor wordt weer opgeladen binnen de cel er kan op deze manier geen overstimulatie van de receptor plaatsvinden.
Het andere voorbeeld is de neurotransmitter, wanneer een peptide zich aan de receptor hecht worden er een prikkel door gegeven en onstaat aan de binnenkant van de celmembraan een zogenaamde een tweede boodschapper die actief celprocessen stimuleert.

Aanmaak van receptoren:
De activiteit van een peptide wordt bepaald door het aantal beschikbare receptoren. De productie van receptoren wordt nauwkeurig gecontroleerd door de genen. DNA informatie wordt via mRNA omgezet in vorming van receptoren, dit proces heet transcriptie. Hoe weet het DNA of er meer of minder receptoren nodig zijn? Ook deze informatie wordt geregeld door peptiden.
Pas nadat de cel een prikkel heeft ontvangen kan er een celdeling plaats vinden of kan de cel een functie uitvoeren zoals het produceren als slijm of samentrekken. Sommige signalen werken heel snel anderen hebben tijd nodig.
Daar het slijmvlies van de dunne darm snel groeit en de gemiddelde enterocyt receptor een levensduur van 24 uur heeft, moeten er veel receptoren gevormd worden. Elke darmcel bevat 3.000 receptoren die niet alleen de spijsvertering regelen, maar ook de groei van het slijmvlies zodat er geen atrofie of hypertrofie van het slijmvlies onstaat.
De dunne darm cel heeft aan 2 kanten receptoren en wordt dus door de darminhoud en het onderliggende weefsel met lymfe, bloedvaatjes en zenuwenvezels beïnvloed. De groei en gezondheid van het slijmvlies wordt bepaald door al deze factoren.

Communicatie tussen de hersenen en de darm.

Gedachten,  herinneringen en actuele waarnemingen produceren specifieke peptiden en hebben een direct effect op het lichaam, voornamelijk op de darm
Dit is geen nieuwe informatie, wij weten allemaal dat wanneer je aan een examen denkt of aan een gesprek met de baas dat je dat onmiddellijk voelt in de buikstreek. Lichaamsgerichte therapeuten gaan af op deze informatie, zij vragen hun cliënten naar lichaamsgevoelens.
Zo kunnen bepaalde gedachten of gevoelens misselijkheid, diarree of remming van speeksel veroorzaken. Pierre Gassendi en John Locke namen dit verschijnsel al 350 jaar geleden waar. Vorige eeuw bestudeerden onderzoekers mensen een darmfistel, een opening in de buikwand had waardoor een stukje maag of darm uitstulpte. Zij ontdekte dat deze organen reageerden op emoties. Het maagslijmvlies vertoonde hypotrofie door angst, depressie en het gevoel dat alles te veel is, door agressie, rusteloosheid en beschuldigend gedrag onstond een hyperfunctie van de maag.
Boosheid veroorzaakte een hyperfunctie van de dunne darm, terwijl haatdragendheid en schuldgevoel een hyperfunctie van de dikke darm en diarree veroorzaakte.

Peptiden en gedrag.
In de literatuur wordt de darm de mini-brain genoemd. De  term hypothalamus-hypofyse-bijnier axis geeft aan dat de bijnier direct verband houdt met hersenpeptiden. De bijnier produceert cortisol, geslachtshormonen en hormonen die een belangrijke rol spelen in de afweer tegen infecties.
Peptiden spelen een belangrijke rol in het regelen van ons gedrag. Sommige mensen zijn stress-gevoelig, zij hebben veel eerder tijdens examens, lawaai, techno-muziek(45), of parachute springen(47) veranderingen van peptide spiegels, dan mensen die niet stress gevoelig zijn. Bij de stress-gevoelige mens verandert onder invloed van deze ervaringen de serum concentraties van ACTH, cortisol, groeihormoon, prolactine en beta-endorfinen, substantie P, bloeddruk en polssnelheid. Zij hebben vaker angst voor nieuwe dingen en angst om te falen.
De hypofyse bepaalt de uitscheiding van ACTH het hormoon dat direct op de bijnier werkt en cortisol productie stimuleert. Cortisol is de sleutelpeptide die met stress te maken heeft, het  speelt een belangrijke rol in angst en depressie. Depressieve mensen scheiden meer cortisol uit. Vooral ‘s morgens en ‘s avonds wanneer de cortisol spiegels normaal laag zijn. Cortisol wordt uit cholesterol geproduceerd, door middel van een aantal transformaties waarbij cytochroom P450 nodig is. Door schade dat aan enzymen ontstaat er een ophoping van cortisol. Vitamine C speelt in de hypofyse en de bijnier een belangrijke rol(62), het kan de bijnier beschermen tegen deze schade en de cortisolspiegels verlagen.

Emotie en boodschappers.
Ik zal een paar peptiden uitkiezen om te bespreken, er zijn er teveel om op te noemen.

VIP
Vasoactive intestinale peptide, VIP. Is een peptide die uit 28 aminozuren bestaat. VIP stimuleert de water- en elektrolytenuitscheiding in de darm. Het stimuleert de peristaltiek en toename veroorzaakt diarree. Deze stimulatie beschermt de darm tegen schadelijke stoffen en infecties. VIP stimuleert IgA productie
VIP dat in de hersenen ontstaat  stimuleert ACTH en cortisol, waardoor een gevoel van angst ontstaat. Het heeft een effect op bloedvaten, seksuele gevoelens, erecties en seksueel gedrag.
Wanneer VIP in de laterale ventrikel in de hersenen wordt ingespoten, veroorzaakt het geheugenverlies(40) en het gedrag wordt geremd door angst voor nieuwe dingen. Het heeft te maken met een gevoel van eigenwaarde en schaamte en veroorzaakt blozen. VIP speelt een rol in het reguleren van slaap.

CCK

Cholecystokinine, CCK is een peptide die de galblaas stimuleert om gal af te scheiden, nadat men  eiwit en vet heeft gegeten. Trypsine en chymotrypsine stimuleren CCK, wanneer de pancreas niet goed werkt wordt er minder VIP en CCK gemaakt.
In de hersenen en in het lichaam zijn er CCK-A receptoren aanwezig, zij hebben te maken met verzadigingsgevoel en slaperigheid. Proefpersonen werden na een vette maaltijd slaperiger dan na maaltijd met veel koolhydraat door toename van CCK(49). Seksuele activiteit geeft een toename van CCK en daardoor een vermindert hongergevoel in proefdieren. CCK en bombesine geven het gevoel vol te zijn, neuropeptide Y en galanine geven juist het gevoel hongerig te zijn en zetten aan tot eten. De CCK concentratie in de hersenen van mensen die aan obsessies lijden, zijn afwijkend.(53). Mogelijk kan het beïnvloeden van peptiden in de toekomst een rol spelen bij mensen met overgewicht.
CCK wordt ook geproduceerd in de hersenen. Het voorkomt geheugenverlies, het werkt in dit opzicht tegengesteld aan VIP die dat juist bevordert.
Verhoogd hersen-CCK gaat gepaard met depressie (46) en zelfmoord pogingen. Paniekaanvallen worden opgewekt door CCK in te spuiten en door stimulatie van bepaalde CCK-B receptoren
CCK speelt een belangrijke rol in de IgA productie van het slijmvlies. Angst en depressie verlagen de afweer van de slijmvliezen mogelijk via CCK. Corticosteroïden geneesmiddelen  onderdrukken CCK, hierdoor neemt IgA gehalte af en neemt bacteriële hechting toe(41).

Serotonine
Serotonine, hydroxytryptamine, is een bekende hersenpeptide. In de hersenen is serotonine een van de vele hormonen die de hypofyse beïnvloeden, speciaal de uitscheiding van prolactine, ACTH en groeihormonen. Door stress wordt de uitscheiding verhoogd.
Serotonine heeft te maken met eten, slapen, seksueel gedrag en dagritme, tekort veroorzaakt depressie en verdrietigheid. Obsessief en compulsief gedrag hangt samen met te veel serotonine in de hersenen, remming van serotonine geeft verbetering van het gedrag(52). Serotonine afwijkend bij mensen met eetstoornissen.
Serotonine wordt ook door de darm geproduceerd, door enterochromafine cellen, die in de hele darm aanwezig zijn. Dieet heeft invloed op de tryptofaan en serotonine productie. Mensen die stress gevoelig zijn hebben sneller een serotonine tekort. Wanneer zij een dieet volgen van veel koolhydraten en weinig eiwitten blijven de tryptofaan spiegels hoger en is het gemakkelijker de stress onder controle te houden(42). Ook bij mensen die net opgehouden zijn met roken helpt een koolhydraatrijk dieet(44).
Na tryptofaan gebruik verhoogt het serum prolactine en groeihormoon spiegel.
Comings onderzocht 1,440 patiënten, met concentratie stoornissen, hyperactief gedrag en Tourette syndroom zij hadden verminderd serotonine gehalte van de bloedplaatjes (43). In de urine wordt een afbraakproduct van serotonine uitgescheiden 5-hydroxyindoleacetic acid (5HIAA), dit is te gebruiken als diagnose.
Melatonine en serotonine zijn verwant, zij worden beide geproduceerd uit tryptofaan en worden beide in de darm geproduceerd. In dierexperimenten wordt melatonine gebruikt om colitis ulcerosa te verminderen(55).

Substantie P
Sustantie P is een van de meest onderzochte peptide, het is een pro-inflammatie peptide, het stimuleert T cellen, IgA synthese, histamine productie van mastcellen, en vorming van IL1,6 en TNFalfa. Verhoging van SP gaat gepaard met toename van angst. Tijdens een stress volle gebeurtenis zoals een medische ingreep verhoogd SP en deze verandering blijven 3 dagen bestaan. (46).

Opiaten
Enkephalins zijn opiumachtige stoffen die gemaakt worden uit het pre-proenkephalin eiwit. Deze peptiden onderdrukken pijn en verminderen stress.
De darm bevatten veel opium receptoren. Verschillende soorten voedsel bevatten opium, sla en kaas om er 2 te noemen. Opiaten remmen diarree.
Tijdens sport en lichamelijke inspanning produceren de hersenen endorfine, dit veroorzaakt een prettig gevoel in het lichaam. Sommige mensen hebben een gebrek aan endorfinen zij zijn depressief en hebben een verlaagde pijngrens.
De natuurlijke opiaten spelen een belangrijke rol, vanaf het begin van het leven. Moeders die borstvoeding geven produceren endorfinen, dit veroorzaakt bij de moeder een prettig gevoel en stimuleert de band tussen moeder en kind. Melk bevat bovendien morfine-achtige substanties die bij de baby een tevreden gevoel veroorzaakt(51). Endorfinen maken de melk zoeter. Moeders die methadon gebruikten tijdens de zwangerschap hadden minder zoete melk. Apen moeders met baby’s bij wie experimenteel de opium-receptoren geremd werden, waren minder beschermend tegenover hun kinderen.

Cytokinen:
De slijmvlieslaag van de darm groeit zeer snel, het vernieuwt zich elke 6 dagen. Speciale peptiden reguleren de groei van het epitheel. Bij te veel groei ontstaat hypertrofie, wij vinden dit vaak in darmziekten. Te weinig groei veroorzaakt atrofie. Dit onstaat al wanneer er 24 uur niet gegeten wordt.
De peptiden, die groei reguleren worden aangeduid met de naam cytokinen. Veel factoren bepalen de groei van het weefsel en ook het darmepitheel. De groeifactoren worden beïnvloed door voedselinname. Tijdens vasten neemt het gehalte van groeifactoren en daadoor ook de dikte van het epitheel en kwaliteit van de darmvilli af.
Een aantal speciale groeifactoren.
1. Insuline like growth factor I, IGF-I reguleert de groei van het epitheel van de dunne darm. De lever is de belangrijkste producent van IGF-1. De darm kan deze peptide ook produceren, melk bevat IGF-1. De darm bezit receptoren voor IGF-1.
2. Epitheel groeifactor. EGF is aanwezig in speeksel en moeder melk, niet of nauwelijks in koemelk.
3. TGFb is een peptide die de groei van het epitheel beïnvloeden en een rol in de immuniteit van de mucosa.
Hormonen zoals insuline, CCK, bombesine en vitamine D3, stresshormonen en de hypofyse regelen de groeifactoren.

Groeifactoren en kanker:
Tumorcellen produceren groeifactoren, bovendien produceren zij receptoren. Wanner deze elkaar vinden ontstaat er een prikkel die de cel aanzet tot groeien. Het is daarom ook vaak moeilijk om een tumor te remmen, hij heeft immers een groeisignaal ontvangen.
Het proces van tumorcellen die zelf receptoren gaan maken, noemen wij overexpressie van receptoren. Als wij echter de receptor kunnen uitschakelen of een groeifactor kunnen veranderen dan zal de tumor niet groeien. De nieuwste medische onderzoeken naar tumorremmende middelen heeft hiervoor grote belangstelling. De peptiden en groeifactoren zijn daarom zeer actueel.
Experimenteel wordt TGF aan een toxine van een bacterie gebonden, wanneer dit geheel de tumor binnendringt,  wordt de tumor vernietigd.

Bescherming van het epitheel:   
Het epitheel van de dunne darm bevat slechts een laag. Daar deze laag de grens vertegenwoordigt tussen buitenwereld en de binnenkant van het lichaam, moet deze barrière zeer goed bewaakt worden. Het immuunsysteem zorgt voor de verdediging tegen indringen micro-organismen, 80% van het immuunsysteem bevindt zich in de darm. Het gut associated lymfe tissue GALT beschermt het epitheel van de darm. Het MALT systeem, mucosa associated lymfe tissue, is een uniek lymfesysteem dat alle slijmvliezen van het lichaam verbindt, ook de long, de borst, nieren en voortplantingsorganen staan in contact met dit systeem.

Het witte bloed.
Het witte bloed wordt gevormd door verschillende soorten cellen: de lymfocyt die antilichamen produceert en de monocyt en de leukocyt (basofiel, eosinofoel en neutrofiel) die bacteriën opnemen door middel van de zg fagocytose. 
Lymfocyten, macrofagen en de leukocyten produceren cytokinen, dit zijn peptiden die de darm beschermen. Deze cytokinen worden interleukines genoemd en worden aangeduid met afkorting en nummer. Het lijkt soms allemaal te verwarrend, maar het is de moeite waard om deze codes te ontcijferen en hun functie te begrijpen, vooral omdat zij een essentiële rol spelen in infecties. Nieuwe geneesmiddelen stimuleren of remmen deze peptiden. IL-1 wordt gemaakt door macrofagen en is de eerste peptide die gevonden werd, het stimuleert ontstekingsreacties en wordt geremd door corticosteroiden. IL-1 werkt ook op afstand en veroorzaakt koorts.
Pro-ontsteking peptiden zijn IL-1, IL6 en IL 8. Een anti-onstekingscytokine is IL-10.
Tijdens een infectie stimuleren toxische stoffen uit bacteriën de productie van pro-inflammatie cytokine IL-1, IL-6, IL-8, Tumor Necrose factor en TNFalfa. Wanneer de infectie voorbij is komt er IL-10 vrij, dit remt de productie van ontstekingscytokinen, het geïrriteerde gebied komt dan weer tot rust. Wanner te veel IL-8 en IL-6 is en niet genoeg IL-10, ontstaat er een chronische ontsteking van de darm. Deze situatie bestaat bij patiënten met colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.
Te veel aan IL-8, IL-6 kan een aangeboren afwijking zijn. Remming van IL-6 kan genezing teweeg brengen bij de ziekte van Crohn. Jammer genoeg heeft remming van IL-8  bij colitis ulcerosa patiënten minder succes.
Cytokinen werken op de hersenen: bijvoorbeeld verhoogd IL-6 veroorzaakt een verhoogd ACTH gehalte van serum en afname van schildklierhormoon, proefpersonen waarbij dit geïnjecteerd werd voelden zich moe, hun slaappatroon veranderde(44).
Lymfocyten.
Er zijn 2 soorten immuniteit: verkregen en aangeboren.
Het verworven systeem heeft te maken met de reactie op vreemde stoffen. Het immuunsysteem moet verkeerde stoffen herkennen. T lymfocyten hebben de taak om bacteriën en tumorcellen te herkennen en op te ruimen. De cellen reizen door lymfbanen en zijn te vinden in lymfeweefsel in de darm. In verschillende delen van de mucosa zijn er verschillende lymfocyten te vinden:

  • Georganiseerd in lymfeknopen van de Peyers patch.
  • Tussen de epitheelcellen in.

ad 1.  De darm bevat 250 Peyers patches die zich uitstrekken van de mucosa tot in de submucosa. De lymfocyten die zich in deze knopen bevinden zijn van het type CD4, de zogenaamde T-helper cel, zijn spelen een rol in de verdediging tegen uitwendige stoffen. De helper T celen produceren interleukinen.
Een speciaal soort epitheelcel is de M-cel.  De M-cel brengt darminhoud van het slijmvlies naar de lymfeknopen toe. Parasieten, virussen en bacteriën kunnen zich aan M-cellen hechten.
ad 2. Tussen de epitheelcellen zelf bevinden zich andere lymfe cellen en wel T- lymfocyten van het type CD8, de suppressor T cel die met inwendige antigen te maken heeft.
Deze speciale T lymfocyten worden gestuurd door ThyroidStimulerendHormoon. Toediening van dit hormoon geeft een toename van deze lymfocyten. Gebrek aan deze hormonen verzwakken de immuniteit de epitheellaag.

Mastcellen, macrofagen en leukocyten

De polymorfe neutrofiele leukopcyt (PMN) neemt een belangrijke plaats in, zij bevatten lactoferrine korrels. Tijdens infecties neemt het aantal leukocyten meestal toe. Wanneer er gevaar van bacteriën dreigt scheiden zij de lactoferrine uit, dit is een sterke bacterie remmende stof.
Tekort aan B12 en foliumzuur en gebruik van bepaalde medicijnen doet het aantal leukocyten verminderen. Bij patiënten met allergieën en parasitaire infecties zien wij een toename van eosinofielen leukocyten.
Mastcellen:  komen uit het beenmerg, zij bevinden zich in de mucosa dicht bij bloedvaatjes. Zij bevatten histamine, proteoglycans en serine protease. Door prikkeling komen deze stoffen vrij, bij allergieën is er spraken van een te hevige reactie.
Mastcellen produceren stoffen die te maken hebben met anti-ontstekings stoffen IL-3,4,5,6.
Macrofagen: Monocyten zijn voornamelijk macrofagen die uit het beenmerg ontstaan zij ruimen bacteriën en dode neutrofielen op. Zij bevatten vele receptoren van peptiden: hormonen en cytokinen. De macrofaag kan beïnvloedt worden door alcohol, het roken van sigaretten, vetconsumptie en stress. In de darm stimuleren bacteriële toxines, LPS, de macrofagen om NO te vormen. NO stimuleert de doorbloeding van de darm, het remt histaminevorming en remt  de aanhechting van bacteriën en ontstekingsreacties.
Te weinig NO verzwakt de darm, hierdoor kunnen bacteriën naar binnen dringen.
Wanneer macrofagen experimenteel verwijderd worden, dringen de darmbacteriën naar binnen(61).

Conclusie:
Er zijn duizenden laboratoria en miljoenen mensen in de wereld, die hun leven besteden aan het zoeken naar puzzelstukjes, die antwoord geven op de vraag: hoe werkt het lichaam? Een fascinerend stukje zijn de boodschappers: de hersenen, het immuunsysteem en de darm maken dezelfde peptiden.
Negatieve gedachten en de gevoelens, produceren peptiden die afwijkingen van de darm, de spijsvertering en het immuunsysteem veroorzaken. Zij bevorderen een toxische belasting van het lichaam. Het advies is voor de hand liggend: elimineer deze gedachten en gevoelens. Verwijder ook onnodige stress, zoals het kijken naar gewelddadige films, probeer positieve peptiden te creëren, vooral voor stress-gevoelige mensen is dit van belang. Gedachten, herinneringen en waarneming zijn voelbaar in het lichaam,  buiten het zenuwstelsel, dus buiten het bewuste weten, om. Daar negatieve gedachten ons ziek kunnen maken, is het van belang dat wij proberen de constante stroom van kritiek en zelfkritiek, gedachten aan teleurstellingen en mislukkingen te onderbreken.
Psychotherapie, creatieve expressie, sport, gebed of meditatie kan daarbij helpen.

Pagina Top arrow